Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) · 20 april 2026
OK bepaalt deskundigenvoorschot en bevestigt Leidraad-waarderingsmethode in geschillenregeling
- Geschillenregeling
- Aandelenwaardering
- Boek 2 BW
Samenvatting
In een geschillenregeling heeft de OK het voorschot bepaald voor het deskundigenonderzoek naar de waarde van de aandelen van een aandeelhouder. De OK acht de begroting van de deskundige voldoende onderbouwd en stelt het voorschot vast op 32.500 euro. Bezwaren tegen de waarderingsmethode verwerpt zij: de Leidraad voor deskundigen in de geschillenregeling geldt, met DCF als uitgangspunt, en de regie ligt bij de deskundige.
Kernoverwegingen
“De deskundige heeft in zijn plan van aanpak met begroting voldoende toegelicht welke werkzaamheden naar verwachting zullen moeten worden verricht, hoeveel tijd dat in beslag neemt en welk uurtarief daarbij wordt gehanteerd. De deskundige heeft begroot dat het voorschot voor het onderzoek op €32.500, inclusief omzetbelasting, dient te worden gesteld.”
r.o. 2.1
“Voor zover de bezwaren op het plan van aanpak betrekking hebben op de waarderingsmethode merkt de Ondernemingskamer op dat zij in haar mondelinge uitspraak van 5 februari 2026 de Leidraad voor deskundigen in de geschillenregeling (hierna: de Leidraad), van toepassing heeft verklaard en de deskundige daar acht op dient te slaan. Op grond van de Leidraad geldt als uitgangspunt een waarderingsmethode op basis van het disconteren van toekomstige geldstromen (Discounted Cashflow (DCF) of varianten daarvan), zo nodig in combinatie met een andere waarderingsmethode bij wijze van kruiscontrole (2.5 van de Leidraad). De Ondernemingskamer kan bij beschikking steeds afwijken van voormelde uitgangspunten en de deskundige vragen op basis van andere, concreet genoemde uitgangspunten zijn deskundigenbericht uit te brengen (2.7 van de Leidraad). Daartoe zit de Ondernemingskamer in onderhavige zaak geen aanleiding. Tot slot merkt de Ondernemingskamer op dat de regie van het onderzoek bij de deskundige ligt. Het staat de deskundige vrij om op basis van zijn professionele kennis en ervaring ook één of meer alternatieve waarderingsmethoden of uitgangspunten toe te passen en daarbij toe te lichten waarom die benadering in de gegeven omstandigheden leidt tot een betere grondslag voor de bepaling van een reële en redelijke vergoeding voor de over te dragen aandelen of certificaten (2.8 van de Leidraad). De deskundige is in beginsel vrij in de inrichting van het deskundigenonderzoek en het […]”
r.o. 2.2