Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) · 14 april 2026
Aansprakelijkheid OK-commissaris en verkoopbegeleider bij aandelenverkoop; vrijwaring en causaal verband
- Enquêterecht
- Boek 2 BW
Samenvatting
Minderheidsaandeelhouders stellen een advocatenmaatschap aansprakelijk voor het handelen van een maat als verkoopbegeleider bij een aandelenverkoop en als door de Ondernemingskamer benoemde commissaris. Het hof oordeelt dat de commissaris zich terecht beroept op een vrijwaringsverklaring, die alleen opzet of fraude uitzondert. Als verkoopbegeleider had zij eerder moeten informeren, maar het causale verband met de gestelde schade is niet aangetoond. De vorderingen blijven afgewezen.
Kernoverwegingen
“Over de stelling van [appellanten] dat [naam 5] aansprakelijk is in haar rol van commissaris, kan het hof kort zijn. De vrijwaringsverklaring staat eraan in de weg dat [naam 5] aansprakelijk kan worden gesteld als commissaris, behalve in geval van opzet of fraude. [appellanten] hebben in dat kader slechts gesteld dat [naam 5] opzettelijk zou hebben toegelaten dat de aanwezige cashpositie aan de onderneming(en) werd onttrokken en aan [naam 1] uitgekeerd. Achtergrond van dat verwijt is dat zij stellen uit hoofde van de VSO recht te hebben op 20% van die cashpositie. [naam 5] heeft hiertegen terecht aangevoerd dat zij als OK-commissaris niet de taak of verplichting had om uitvoering te geven aan de VSO. Ten overvloede voegt het hof daaraan toe dat het feitelijk onttrekken van de cashpositie en uitkeren daarvan aan [naam 1] op zichzelf bovendien niets afdoet aan de aanspraken die [appellanten] willen ontlenen aan de VSO, zodat zij door die enkele onttrekking als zodanig dus nog geen schade lijden. Waarom [naam 5] , als OK-commissaris, die uitkering had moeten tegenhouden en het nalaten daarvan jegens hen onrechtmatig is geweest, hebben [appellanten] dan ook onvoldoende toegelicht. De conclusie is dat [naam 5] zich terecht op de vrijwaring beroept.
[naam 5] is ook niet aansprakelijk als verkoopbegeleider”
r.o. 6.5
“Over de rol en bijbehorende verantwoordelijkheden van [naam 5] als verkoopbegeleider overweegt het hof het volgende. Aan [naam 5] is (in artikel 1.5 VSO) de opdracht en volmacht gegeven, en die heeft zij door ondertekening van de VSO aanvaard, om als verkoopbegeleider een koopovereenkomst tot stand te brengen waarbij alle frambozenactiviteiten worden verkocht en die voldoet aan de voorwaarden van artikel 1.1 en artikel 1.2 van de VSO. In artikel 1.10 VSO ligt besloten dat zij aan die verkoop ook sturing kon geven. [naam 5] had de leiding over het verkoopproces. Tevens heeft [naam 5] zich in artikel 1.7 van de VSO verplicht tot het adequaat informeren van de partijen over het verkoopproces, en daarbij bijzondere aandacht te hebben voor de informatievoorziening aan [appellanten] als minderheidsaandeelhouders en vanwege het feit dat [appellanten] geen bestuurders van [bedrijf 1] waren. In de considerans van de VSO (onder E.) is ook opgenomen dat de Ondernemingskamer aan [naam 5] de opdracht heeft gegeven om – kort gezegd – toezicht te houden op tegenstrijdige belangen en informatieverstrekking. De verwijten van [appellanten] aan [naam 5] moeten in het licht van deze rol en verantwoordelijkheden worden beoordeeld.”
r.o. 6.6