Gerechtshof Amsterdam · 21 april 2026
Herstructurering HEMA: geen onrechtmatige daad jegens houders achtergestelde obligaties; waardering nader onderzocht
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
Samenvatting
Houders van achtergestelde obligaties stellen dat de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld door zich te binden aan een financiële herstructurering waardoor hun obligaties waardeloos werden. Het hof toetst het handelen van het bestuur aan het vennootschapsbelang en de zorgvuldigheidsnorm van artikel 2:8 BW en oordeelt dat het aangaan van de overeenkomst niet onrechtmatig was, gelet op het faillissementsgevaar en het ontbreken van reële alternatieven. Voor de vraag of de obligaties nog waarde hadden, is nadere informatie nodig en wijst het hof een tussenarrest.
Kernoverwegingen
“Bij de beantwoording van de vraag of HEMA onrechtmatig heeft gehandeld door de LUA aan te gaan en zich daardoor te committeren aan het daaruit voortvloeiende herstructureringsplan, stelt het hof voorop dat het bestuur van HEMA zich bij de vervulling van haar taak naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming dient te richten. Wat dat belang inhoudt, hangt af van de omstandigheden van het geval. Indien aan de vennootschap een onderneming is verbonden, wordt het vennootschapsbelang in de regel vooral bepaald door het bevorderen van het bestendige succes van deze onderneming. Bij de vervulling van hun taak dienen bestuurders voorts, mede op grond van het bepaalde in art. 2:8 BW, zorgvuldigheid te betrachten met betrekking tot de belangen van al degenen die bij de vennootschap en haar onderneming zijn betrokken. Deze zorgvuldigheidsverplichting kan meebrengen dat bestuurders bij het dienen van het vennootschapsbelang ervoor zorgen dat daardoor de belangen van al degenen die bij de vennootschap of haar onderneming zijn betrokken niet onnodig of onevenredig worden geschaad (HR 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:797).
Problemen HEMA medio 2020”
r.o. 5.9
“Uit het bovenstaande volgt dat HEMA medio 2020 in de greep was van een gevaarlijke cocktail van problemen en zich daardoor in een uiterst precaire en onzekere positie bevond. Zij had te maken met de combinatie van de (te) hoge schulden- en rentelast, de coronapandemie en daarmee gepaard gaande risico’s voor haar bedrijfsvoering en liquiditeit en de (onzekere) reactie daarop van haar klanten, financiers en leveranciers. HEMA opereerde in een steeds en snel veranderende omgeving. Hoe de cijfers zich zouden ontwikkelen was onduidelijk, ook omdat HEMA daarvoor niet kon afgaan op vergelijkbare situaties en de (liquiditeits)cijfers fluctueerden. Er waren geen realistische mogelijkheden voor HEMA om nieuwe financiering aan te trekken. Tegen deze achtergrond zag HEMA zich geconfronteerd met het reële en doorlopende gevaar dat de PIK Notes op 15 juni 2020 niet zouden worden afgelost en dat de RCF-banken en in hun kielzog de SSN- en SN Houders hun leningen zouden opeisen, met faillissement als gevolg. Dit vormde een reële bedreiging voor de continuïteit van HEMA. Een deel van de SSN Houders had zich verenigd in de Ad Hoc Groep en had in april 2020 bij HEMA al gemeld dat zij klaarstond om hun belangen te beschermen. Het mechanisme in de financieringsdocumentatie bracht mee dat zij de regie ook daadwerkelijk naar zich toe zouden kunnen trekken, als gevolg waarvan HEMA de regie over haar toekomst zou verliezen. Nog daargelaten dat onzeker was of de SSN Houders en de RCF Banken dat zouden […]”
r.o. 5.14
“Uit het bovenstaande volgt HEMA naar het oordeel van het hof niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens Hof Capital c.s. door zich op 15 juni 2020 te verbinden aan de LUA. HEMA heeft voldoende onderbouwd dat zij dat op dat moment mocht aannemen dat een faillissement zou dreigen indien zij niet zou herstructureren. Nog daargelaten dat niet is komen vast te staan dat medio 2020 andere realistische oplossingen voorhanden waren om de problemen waarmee HEMA kampte het hoofd te bieden, geldt dat HEMA toen in een uitdagende en onzekere omgeving opereerde en rekening moest houden met de belangen van alle partijen die bij die bij de vennootschap en haar onderneming betrokken waren (zie hierover ook onder 5.14.). Zij mocht onder die omstandigheden op 15 juni 2020 handelen zoals zij heeft gedaan. Hof Capital c.s. hebben onvoldoende feiten of omstandigheden aangedragen die de conclusie rechtvaardigen dat HEMA medio 2020 problemen heeft gefingeerd, moedwillig (te) negatieve cijfers heeft gepresenteerd en/of een betalingsverzuim heeft georkestreerd om een herstructurering mogelijk te maken waarbij, en met als doel dat, de SNs konden worden afgeschreven. Wat Hof Capital c.s. op dit punt verder hebben aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel.
Geen onrechtmatige voorstelling financiële positie”
r.o. 5.23