Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) · 19 januari 2026
OK treft onmiddellijke voorzieningen bij transactie beursvennootschap met zustervennootschap van meerderheidsaandeelhouder
- Enquêterecht
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Overig Boek 2
- Aandelenwaardering
- Boek 2 BW
Samenvatting
Minderheidsaandeelhouders van een beursvennootschap vragen de OK onmiddellijke voorzieningen tegen een voorgenomen verkoop van alle activa en passiva aan een vennootschap waarin dezelfde familie de meerderheid houdt. De OK ziet voorlopig gegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid, onder meer door een onvoldoende zorgvuldig besluitvormingsproces bij een tegenstrijdig belang (artikel 2:129 lid 6 en 2:8 BW). Zij verbiedt de stemming over de goedkeuring op grond van artikel 2:107a BW en over de decharge. Ook benoemt zij twee tijdelijke niet-uitvoerende bestuurders.
Kernoverwegingen
“Een tegenstrijdig belang als bedoeld in artikel 2:129 lid 6 BW doet zich voor indien een bestuurder te maken heeft met zodanig onverenigbare belangen dat in redelijkheid kan worden betwijfeld of hij zich bij zijn handelen uitsluitend laat leiden door het belang van de vennootschap en haar onderneming (vgl. HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0033, Bruil). De vraag of een tegenstrijdig belang bestaat moet worden beantwoord aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Bij aanwezigheid van een tegenstrijdig belang is een hogere mate van zorgvuldigheid vereist in de voorbereiding, besluitvorming en uitvoering van de transactie. Daarbij moeten de te onderscheiden belangen op zorgvuldige wijze gescheiden worden gehouden en dient een zo groot mogelijke openheid te worden betracht. De verhoogde zorgvuldigheid dient in beginsel erop te zijn gericht dat de transactie geschiedt onder redelijke en marktconforme voorwaarden zodat deze zakelijk verantwoord is. Daartoe kan inschakeling van deskundige derden gewenst en onder omstandigheden geboden zijn. Indien in het bestuur beraadslaging en/of besluitvorming plaatsvindt waarbij een bestuurder een tegenstrijdig belang heeft, dient deze zich op de voet van artikel 2:129 lid 6 BW van deelname te onthouden (zie o.m. Ondernemingskamer 13 oktober 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2752, Nexperia).
Gegronde redenen”
r.o. 4.14
“Dat na 21 mei 2025 alsnog een voldoende grondige heroverweging van de op 21 mei 2025 ingeslagen route heeft plaatsgevonden, is voorshands niet gebleken. OCI heeft gesteld dat de Transactiecommissie op enig moment aan Rothschild heeft gevraagd de waarde van OCI in een liquidatiescenario in kaart te brengen. Niet duidelijk is geworden wanneer die aanvullende opdracht aan Rothschild is verstrekt, wat die opdracht inhield, welke werkzaamheden Rothschild heeft verricht ter uitvoering van die opdracht, wat precies de bevindingen van Rothschild zijn geweest en of die bevindingen schriftelijk zijn vastgelegd. Het enige dat hierover bekend is, is te vinden in de notulen van de vergadering van de Transactiecommissie van 2 december 2025. In die vergadering heeft Rothschild verslag van haar analyse van het liquidatiescenario gedaan. In de notulen is daarvan het volgende opgenomen: “The liquidation analysis was done. It comes out at a discount to the current share price which supports the qualification of the transaction as being more attractive than the alternative scenario. The liquidation valuation takes into account the time that would be required to liquidate.” Het lijkt er dus op dat het bestuur een cijfermatig onderzoek naar een (niet nader gedefinieerd) liquidatiescenario pas heeft laten verrichten (ruim) na publicatie van het persbericht waarin het voornemen tot het verrichten van de transactie met Orascom openbaar is gemaakt en dat het bestuur van de uitkomst van dat onderzoek […]”
r.o. 4.20
“Voorts zijn er de volgende aanwijzingen dat de minderheidsaandeelhouders door de voorgenomen transactie mogelijk onevenredig worden benadeeld ten opzichte van de meerderheidsaandeelhouder: - De ruilverhouding roept vragen op die niet, althans onvoldoende, worden weggenomen door de fairness opinie van Rothschild. OCI verdedigt de ruilverhouding onder andere door de stelling dat Orascom aanzienlijk ondergewaardeerd was en is op de beurs. Ter illustratie verwijst zij naar rapporten van Beltone Financial van 21 september 2025 en van Al Ahly Pharos van 14 oktober 2025, waarin koersdoelen voor het aandeel Orascom worden genoemd van USD 15,22/13,09 respectievelijk USD 15,22 tegenover een werkelijke beurskoers van USD 8,91 per eind 2025. Naar OCI c.s. niet hebben betwist, zijn dit rapporten van lokale, Egyptische analisten. De VEB c.s. hebben ter zitting gemotiveerd betoogd dat en waarom getwijfeld moet worden aan de onafhankelijkheid van deze rapporten. De Ondernemingskamer deelt die twijfel vooralsnog. Zo bevat het rapport van Beltone Financial een opmerkelijke disclaimer in kleine letters: “This document (…) has been produced by marketing personnel for marketing purposes to professional investors. It does not constitute independent research.” Opmerkelijk zijn ook de timing van dit rapport (één dag voor de eerste bekendmaking van de transactie) en de – vooralsnog niet betwiste – omstandigheden dat het koersdoel daarin ten opzichte van de voorgaande analyse met 25% is verhoogd en […]”
r.o. 4.24