← Week 24

Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) · 9 april 2026

Enquête en schorsing bestuurder na gebrekkig besluit buiten vergadering en informatieverstrekking

  • Enquêterecht
  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Jaarrekening
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Twee minderheidsaandeelhouders van een B.V. verzochten om een enquête en onmiddellijke voorzieningen. De OK ziet gegronde redenen voor twijfel aan juist beleid: een statutenwijziging lijkt te zijn genomen zonder geldig besluit buiten vergadering, jaarrekeningen zijn niet vastgesteld, een algemene vergadering is geweigerd en de informatieverstrekking schoot tekort. De OK beveelt een onderzoek, schorst de bestuurder en benoemt een andere bestuurder.

Kernoverwegingen

“Op grond van artikel 2:238, eerste lid, BW geldt dat voor een besluit buiten vergadering is vereist dat alle vergadergerechtigden met deze wijze van besluitvorming hebben ingestemd. De statuten van Digicorp merken zowel houders van aandelen A als houders van aandelen B aan als vergadergerechtigden. De handtekening van een vertegenwoordiger van Momentum ontbreekt onder het besluit buiten vergadering. Hoewel daarvoor andere verklaringen denkbaar zijn dan dat Momentum het besluit niet heeft ondertekend (opvallend is dat Momentum wel in de aanhef van het besluit als ondertekenaar wordt genoemd, maar een pagina met ruimte voor de handtekening van Momentum geheel ontbreekt, zodat die pagina ook in het ongerede kan zijn geraakt) kan de Ondernemingskamer vooralsnog slechts constateren dat het schriftelijke aandeelhoudersbesluit van 16 juni 2022 niet door Momentum lijkt te zijn ondertekend, zodat ervan moet worden uitgegaan dat niet is voldaan aan de wettelijke en statutaire vereisten. Het gaat dan mogelijk om een fout met ernstige consequenties, omdat niet valt uit te sluiten dat Momentum, zoals zij betoogt, daardoor haar stemrechten in de vennootschap heeft verloren. Ook als Digicorp juridisch deskundigen heeft ingeschakeld om haar bij te staan en van advies te dienen, kan dat geen afbreuk doen aan de verantwoordelijkheid van met name het bestuur (dus [bestuurder] ) voor de gang van zaken.”

r.o. 3.5

“Aandeelhoudersvergaderingen zijn (behoudens per e-mail van 11 februari 2026, zie 2.19) door [bestuurder] als bestuurder van Digicorp niet bijeengeroepen. Op de verzoeken van Momentum en Wonder in augustus/september 2025 tot bijeenroeping van een algemene vergadering heeft [bestuurder] afhoudend en ontwijkend gereageerd. Hij deed dat omdat de onduidelijkheid omtrent de aandelenverhoudingen er volgens hem aan in de weg stond dat een algemene vergadering van aandeelhouders kon worden bijeengeroepen of dat besluitvorming kon plaatsvinden. Het stond [bestuurder] echter niet vrij om de verzoeken van Momentum en Wonder af te wijzen, gelet op het bepaalde in artikel 15, derde lid, van de statuten van Digicorp. Daaruit volgt immers dat het bestuur verplicht is een algemene vergadering van aandeelhouders bijeen te roepen wanneer een of meer houders van aandelen die gezamenlijk tenminste 1% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen dit schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van de te behandelen onderwerpen hebben verzocht, tenzij een zwaarwichtig belang van de vennootschap zich daartegen verzet. Ondanks genoemde onduidelijkheden was evident aan de statutaire drempel voldaan en verzette geen zwaarwichtig belang van Digicorp zich tegen het houden een aandeelhoudersvergadering. [bestuurder] heeft ook geen zwaarwichtig belang aangevoerd.”

r.o. 3.8

“Daar komt bij dat het hier gaat om een verzoek van minderheidsaandeelhouders die – anders dan de meerderheidsaandeelhouder – niet in het bestuur zijn vertegenwoordigd. Onder deze omstandigheden dient Digicorp uit eigen beweging en naar aanleiding van vragen van Momentum en/of Wonder ook buiten de algemene vergadering voldoende transparantie te betrachten, zo volgt uit artikel 2:8 BW (zie HR 1 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9857, Zwagerman en OK 31 oktober 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3921, Bosal). Digicorp dient Momentum en Wonder in beginsel ruimhartig van informatie te voorzien en hun vragen over het beleid en de gang van zaken te beantwoorden. In de onderhavige zaak lijkt het erop dat voor zover [bestuurder] /Inconet al informatie aan de minderheidsaandeelhouders heeft verstrekt, deze zodanig ondermaats was dat deze meer vragen opriep dan beantwoordde. De e-mail die [bestuurder] op 11 februari 2026 aan de andere aandeelhouders zond met willekeurige, niet toegelichte, bankafschriften die daarbij waren gevoegd, spreekt in dat verband boekdelen. Ook ter zitting heeft de beantwoording van vragen door [bestuurder] de verwarring over de gang van zaken geenszins doen afnemen.”

r.o. 3.9

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:1184
Instantie
Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer)
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
9 april 2026
Datum publicatie
8 juni 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:238 BW, 2:231 BW, 2:8 BW, 2:350 BW
Thema
Enquêterecht, Besluitvorming en vernietigbaarheid, Jaarrekening
Weekoverzicht
Week 24 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.