Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) · 1 mei 2026
Enquêteverzoek niet-ontvankelijk: kapitaalseis na verwatering door aandelenuitgifte
- Enquêterecht
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een minderheidsaandeelhouder verzocht om een enquête bij een expeditievennootschap en om onmiddellijke voorzieningen. Na indiening gaf de vennootschap nieuwe aandelen uit aan de meerderheidsaandeelhouder, waardoor het belang van de verzoeker onder de kapitaalseis van artikel 2:346 BW zakte. De OK toetst de kapitaalseis op het moment van de beschikking en verklaart de verzoeker niet-ontvankelijk, zonder toe te komen aan de inhoud.
Kernoverwegingen
“Uit het bepaalde in artikel 2:346 lid 1 sub b BW volgt dat (voor zover hier relevant) tot het indienen van een enquêteverzoek bevoegd zijn de houders van aandelen of certificaten van aandelen die gezamenlijk ten minste een tiende gedeelte van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen. Deze ontvankelijkheidsdrempel vindt zijn rechtvaardiging in de omstandigheid dat het instellen van een enquête om diverse redenen bezwarend is voor een vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Daarom wordt een minimale steun van het verzoek verlangd, gemeten aan – in dit geval – het geplaatste kapitaal van de vennootschap. Het strookt met deze ratio dat de Ondernemingskamer onderzoekt of op het moment van haar beslissing de gezamenlijke verzoekers voldoen aan de wettelijke eisen (zie: Hoge Raad 8 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0505, Emba, r.o. 3.6.2 en OK 16 mei 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1936, Salo).”
r.o. 3.3
“Door de uitgifte van Logfret van 23.000 aandelen in haar kapitaal aan Logistique voldoet Kirsha op het moment van deze beschikking niet langer aan de kapitaalseis van artikel 2:346 lid 1 sub b BW. Het enquêteverzoek van Kirsha ten aanzien van Logfret heeft niet mede betrekking op een onderzoek naar de aandelenuitgifte als gevolg waarvan Kirsha niet langer voldoet aan de kapitaalseis (vgl. HR 11 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:905, Slotervaart). Kirsha noemt in haar verzoekschrift weliswaar dat haar aandelenbelang als gevolg van de uitgifte verwatert, wellicht met het doel haar de enquêtebevoegdheid te ontnemen, maar heeft niet toegelicht waarom er gegronde reden bestaat om te twijfelen aan een juist beleid of juiste gang van zaken bij die uitgifte. Dat de benarde financiële situatie van Logfret gediend werd met de uitgifte, lijdt geen twijfel. De slotsom is dat Kirsha op het moment van deze beschikking niet voldoet aan de kapitaalseis van artikel 2:346 lid 1 sub b BW en dat geen grond bestaat om haar desondanks toch bevoegd te achten om te verzoeken een onderzoek te gelasten naar het beleid en de gang van zaken van Logfret. Dit betekent dat Kirsha niet-ontvankelijk is in haar verzoek. Aan een beoordeling van het enquêteverzoek en de verzochte onmiddellijke voorzieningen komt de Ondernemingskamer dan niet toe.
Tot slot”
r.o. 3.5