← Week 24

Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) · 30 april 2026

Afwijzing uitstotings- en uittredingsverzoek na eerder vastgesteld wanbeleid in enquêteprocedure

  • Geschillenregeling
  • Enquêterecht
  • Boek 2 BW

Samenvatting

De OK wijst een verzoek tot uitstoting van een aandeelhouder en het subsidiaire verzoek tot uittreding van de twee andere aandeelhouders af. In de eerdere enquêteprocedure is vastgesteld dat het wanbeleid in overwegende mate aan de verzoekers zelf is toe te rekenen. Omdat de getroffen voorzieningen beknelling voorkomen en een ontvlechting gaande is, is niet voldaan aan het schade- en redelijkheidscriterium van de artikelen 2:336a en 2:343 BW.

Kernoverwegingen

“Voor toewijzing van het uitstotingsverzoek is vereist dat BBB door haar gedragingen, al dan niet in hoedanigheid van aandeelhouder, het belang van DIG en haar onderneming zodanig schaadt of heeft geschaad, dat het voortduren van haar aandeelhouderschap in redelijkheid niet kan worden geduld (art. 2:336a BW). In de uitstotingsnorm liggen drie criteria besloten: i) gedragscriterium; ii) schadecriterium; en iii) redelijkheidscriterium.”

r.o. 4.5

“Wat betreft de gedragingen van BBB, verwijzen SP en JWTM naar de tweedefasebeschikking van de Ondernemingskamer waaruit blijkt dat BBB medeverantwoordelijk is voor het wanbeleid bij DIG waarmee gegeven zou zijn dat sprake is van gedragingen van BBB waardoor het belang van DIG en haar onderneming wordt geschaad. Uit de tweedefasebeschikking van de Ondernemingskamer volgt echter dat niet alleen BBB, maar ook, en in overwegende mate, SP en JWTM verantwoordelijk zijn voor het wanbeleid bij DIG. In de onderlinge verhoudingen tussen de aandeelhouders zullen de gedragingen die BBB ter zake van het wanbeleid kunnen worden verweten dan niet te zwaar wegen bij de belangenafweging in het kader van het hierna te bespreken redelijkheidscriterium. Bij het schadecriterium gaat het om het belang van DIG en haar onderneming en de vraag in hoeverre dat belang door de aan BBB te verwijten gedragingen is of wordt geschaad. Daarbij weegt mee dat met de door de Ondernemingskamer in de tweedefasebeschikking getroffen voorzieningen – het ontslag van SP en JWTM als bestuurders van DIG, de (verlenging van) de benoeming van de OK bestuurder en het onder beheer plaatsen van de aandelen – er op dit moment geen sprake is van een onwerkbare situatie in het bestuur of de algemene vergadering, en dat aan de voorheen schadetoebrengende gedragingen van de bestuurders en aandeelhouders een einde is gemaakt. Sterker nog, de OK functionarissen zijn in het belang van de DIG en haar onderneming bezig met een […]”

r.o. 4.6

“Niet in geschil is dat de samenwerking tussen SP en JWTM enerzijds en BBB anderzijds duurzaam onmogelijk is en beëindiging van de samenwerking de beste en enige oplossing is. Het antwoord op de vraag of ernstig verstoorde verhoudingen tussen aandeelhouders tot het oordeel kunnen leiden dat van de aandeelhouder die wil uittreden het voortduren van het aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer kan worden gevergd, is steeds afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder de mate waarin het handelen of nalaten ieder van de aandeelhouders aan verstoorde verhoudingen heeft bijgedragen en de mate waarin de aandeelhouder die wil uittreden door de verstoorde verhoudingen in zijn rechten of belangen is geschaad. Daarbij kan ook een rol spelen in hoeverre de gerechtvaardigde belangen van de medeaandeelhouder(s) en de vennootschap door toewijzing van het verzoek om uittreding worden geschaad (vgl. OK 19 juni 2025 ECLI:NL:GHAMS:2025:1618, Beheersmaatschappij Johema B.V.).”

r.o. 4.8

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:1230
Instantie
Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer)
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
30 april 2026
Datum publicatie
10 juni 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:336a BW, 2:343 BW
Thema
Geschillenregeling, Enquêterecht
Aangesproken
aandeelhouder
Weekoverzicht
Week 24 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.