← Week 24

Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) · 6 mei 2026

Enquête: vaststelling vergoeding onderzoeker na bezwaren tegen urenspecificatie

  • Enquêterecht
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Na een bevolen enquête naar twee vennootschappen stelt de Ondernemingskamer de vergoeding van de onderzoeker vast. Een van de aandeelhoudersgroepen maakte bezwaar tegen de urenspecificatie en tegen het inschakelen van kantoorgenoten. De Ondernemingskamer verwerpt de bezwaren, omdat de specificatie inzichtelijk is en tegen het plan van aanpak en de budgetverhoging geen bezwaar was gemaakt. Zij bepaalt de vergoeding op grond van artikel 2:350 lid 3 BW op € 115.000, exclusief omzetbelasting.

Kernoverwegingen

“Ten aanzien van het eerste bezwaar overweegt de Ondernemingskamer dat uit de overgelegde specificatie genoegzaam volgt welke werkzaamheden in rekening zijn gebracht en welke uren er zijn afgeboekt. De wijze waarop dit inzichtelijk is gemaakt, is voor de Ondernemingskamer te volgen en is overigens ook een in de praktijk gangbare wijze om afboekingen op facturen inzichtelijk te maken.”

r.o. 2.4

“Voor wat betreft het tweede bezwaar overweegt de Ondernemingskamer als volgt. Het plan van aanpak van 23 september 2024 vermeldt over het inschakelen van kantoorgenoten van de onderzoeker het volgende: “Mocht dat nuttig of nodig zijn, dan zal Onderzoeker in voorkomende gevallen medewerkers van haar kantoor inschakelen, waarbij voor de betrokken medewerkers de standaard voor hen gerekende uurtarieven en kantoorkosten gehanteerd zullen worden, met dien verstande dat voor hen geen hoger uurtarief in rekening zal worden gebracht dan het uurtarief dat de Onderzoeker hanteert.” In hun reactie van 30 september 2024 hebben [broer B] c.s. aangegeven geen bezwaar te maken tegen het plan van aanpak. Ook tegen het verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget van 14 april 2025 hebben [broer B] c.s. in hun reactie van 29 april 2025 geen bezwaar gemaakt. Uit de overgelegde specificatie volgt verder voldoende duidelijk welke werkzaamheden door de kantoorgenoten van de onderzoeker zijn verricht.”

r.o. 2.5

“De Ondernemingskamer zal gelet op het voorgaande aan de bezwaren van [broer B] c.s. voorbijgaan. Nu de onderzoekskosten de Ondernemingskamer ook overigens in het licht van de aard en de omvang van het verrichte onderzoek niet onredelijk voorkomen, zal de Ondernemingskamer de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW bepalen als hierna te vermelden.”

r.o. 2.6

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:1295
Instantie
Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer)
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
6 mei 2026
Datum publicatie
10 juni 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:350 BW
Thema
Enquêterecht
Weekoverzicht
Week 24 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.