Gerechtshof Amsterdam · 2 juni 2026
Boetebeding in algemene voorwaarden vernietigd; Boek 2 jaarrekening als maatstaf grote ondernemer
- Jaarrekening
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Samenvatting
Een uitzendondernemer vorderde boetes en schadevergoeding op grond van een boetebeding in zijn algemene voorwaarden, omdat de inlener ingeleende metselaars via een ander bureau had ingezet. Het hof bekrachtigt de afwijzing: de inlener beroept zich terecht op vernietiging van de voorwaarden, omdat geen redelijke mogelijkheid tot kennisneming is geboden. Boek 2 speelt slechts zijdelings een rol: voor de uitzondering voor grote ondernemers in artikel 6:235 BW sluit het hof aan bij de jaarrekeningbepalingen, en een gedeponeerde beperkte balans maakt de inlener niet tot grote ondernemer.
Kernoverwegingen
“Uit de parlementaire geschiedenis (Parl. Gesch. BW Inv. 3, 5 en 6 Boek 6 1990, p. 1631 e.v.) volgt dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om de mogelijkheid een beroep te doen op vernietiging van algemene voorwaarden uit te sluiten voor zover algemene voorwaarden tegenover ‘grote ondernemers’ worden gebruikt. Over artikel 6:235 lid 1 sub a BW is overwogen: “Het criterium onder a verwijst naar de artikelen 360 e.v. van boek 2, met name de artikelen 396 en 403. Als „grote" wederpartijen worden aangemerkt naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, coöperatieve verenigingen en onderlinge waarborgmaatschappijen, die hun gehele jaarrekening moeten publiceren, dus niet kunnen volstaan met een beperkte balans als bedoeld in artikel 396 lid 7; men zie de criteria in lid 1 van dat artikel alsmede artikel 398.Ten einde bewijsproblemen te voorkomen wordt overigens niet de verplichting tot het openbaar maken van een jaarrekening, doch het daadwerkelijk publiceren ervan, als criterium voorgesteld; dit is gemakkelijk in het Handelsregister na te gaan”.”
r.o. 6.8
“[appellant] heeft niet gesteld, laat staan onderbouwd, dat [geïntimeerde] ten tijde van het sluiten van de overeenkomst een zodanige volledige jaarrekening heeft gepubliceerd. De door hem overgelegde jaarrekening over 2018 is een beperkte balans zonder winst- en verliesrekening en [geïntimeerde] kwalificeert daarom niet als ‘grote ondernemer’. Een beroep op vernietiging van algemene voorwaarden is daarom voor [geïntimeerde] niet uitgesloten op grond van artikel 6:235 lid 1 sub a BW. Het hof volgt [appellant] niet waar hij stelt dat deze parlementaire geschiedenis niet van toepassing zou zijn omdat deze ziet op de boeken 3, 5 en 6 van het Burgerlijk Wetboek, en niet op het jaarrekeningenrecht. De wetgever heeft bij de behandeling van artikel 6:235 BW, in het bijzonder voor de vraag of sprake is van een grote onderneming, in de parlementaire geschiedenis expliciet aansluiting gezocht bij de bepalingen in boek 2 BW. Over de relevantie van deze parlementaire geschiedenis voor de uitleg van artikel 6:235 lid 1 sub a BW kan dan ook geen twijfel bestaan.”
r.o. 6.9