Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) · 16 juli 2026
Enquête Grand Met: twijfel over inbreng in natura, governance en informatievoorziening; bestuurder en beheerder benoemd
- Enquêterecht
- Overig Boek 2
- Jaarrekening
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een minderheidsaandeelhouder verzoekt een enquête naar een vennootschap die voor grote bedragen aandelen uitgaf tegen inbreng in natura. De Ondernemingskamer ziet gegronde redenen voor twijfel aan de reële waarde van de inbreng, de governance, de financiële verslaglegging en de informatievoorziening aan de minderheidsaandeelhouder. Zij beveelt een onderzoek, schorst alle bestuurders en commissarissen, benoemt een onafhankelijke bestuurder en plaatst de aandelen van de meerderheidsaandeelhouder (minus één) onder beheer.
Kernoverwegingen
“Bij de beoordeling stelt de Ondernemingskamer het volgende voorop. Bij het nemen van het aandeel moet daarop het nominale bedrag worden gestort (art. 2:191 lid 1 BW). Een aandeelhouder kan niet worden ontheven van de verplichting tot storting (art. 2:191 lid 2 BW). Indien inbreng anders dan in geld is overeengekomen, moet hetgeen wordt ingebracht naar economische maatstaven kunnen worden gewaardeerd. Inbreng anders dan in geld moet onverwijld geschieden na het nemen van het aandeel (art. 2:191b BW). Om te waarborgen dat aandelen die na oprichting tegen inbreng in natura worden uitgegeven ook worden volgestort, dient de vennootschap een beschrijving op te stellen van hetgeen wordt ingebracht. De bestuurders ondertekenen deze beschrijving en de vennootschap legt de beschrijving ter inzage van haar aandeelhouders (art. 2:204b BW). In dit stelsel ligt besloten dat niet alleen de aandeelhouders een verantwoordelijkheid hebben dat de aandelen die zij na oprichting nemen tegen inbreng in natura daadwerkelijk worden volgestort, maar dat ook op de bestuurders een verantwoordelijkheid rust. Bestuurders die willens en wetens een te lage inbreng aanvaarden, kunnen in voorkomend geval immers worden aangesproken op grond van art. 2:9 BW (Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 63).”
r.o. 4.3
“Ten aanzien van de emissie van 26 september 2022 rijst gerede twijfel of wel is voldaan aan de stortingsplicht. De emissie geschiedde tegen inbreng van aandelen in Grand Metropolitan Hotels Trademark Limited met als belangrijkste vermogensbestanddeel rechten op een softwareprogramma Genisys AI dat bij inbreng werd gewaardeerd op € 100 miljoen. Die waardering steunt op een rapport dat niet in opdracht van Grand Met, maar van Kingstone is opgesteld. De opsteller van het rapport neemt blijkens de disclaimer geen verantwoordelijkheid voor ‘the accuracy or reliability of any advice, opinion, statement or any other information displayed through this report.’ Uit het rapport blijkt niet om wat voor software het gaat, wat de functionaliteiten en commerciële mogelijkheden zijn en hoe de functionaliteit verder zal worden ontwikkeld. Wel wordt verondersteld dat met het product een EBITDA-groei zal worden gerealiseerd van USD -/-1,8 miljoen (2022) tot USD 117 miljoen (2026) en een vrije kasstroom van USD -/- 2,9 miljoen (2022) tot USD 103 miljoen (2026). De veronderstellingen waarop het rapport is gebaseerd, worden niet onderbouwd. Onduidelijk is niet alleen hoeveel omzet met het product wordt behaald, maar zelfs óf het product wel omzet genereert en waarop de groeiverwachting is gebaseerd. Uit niets blijkt dat de aan de waardering ten grondslag liggende verwachte groei in de jaren tot en met 2024 ook is gerealiseerd. Op zitting kon zelf bij benadering geen toelichting worden gegeven […]”
r.o. 4.4
“Die twijfel betreft ook de inbreng bij de overige emissies tussen 22 juni 2023 en 23 april 2024, gezamenlijk eveneens groot ongeveer € 100 miljoen. Waarop deze bedragen zijn gebaseerd, wat de activiteiten inhouden van de vennootschappen die zijn ingebracht, is ook bij navraag op zitting volstrekt onduidelijk gebleven. Gesteld noch gebleken is dat Grand Met enig due diligence-onderzoek heeft gedaan. Volgens mondelinge toelichting van [RvC lid 2] is in 2024 op geconsolideerd niveau een omzet van ongeveer € 25 miljoen behaald en een EBITDA van € 1,4 miljoen. Als van die cijfers moet worden uitgegaan – Grand Met heeft geen geconsolideerde cijfers overgelegd – rijst de vraag of niet vooral gebakken lucht is ingebracht. De gang van zaken rondom de emissies en de volstorting van aandelen roept twijfel op over de wijze waarop de bestuurders erop hebben toegezien dat werd voldaan aan de stortingsplicht. Gelet op de zeer grote emissies in heel korte tijd, strekt die twijfel zich ook uit tot de RvC. Het is de Ondernemingskamer niet duidelijk of en, zo ja, op welke wijze de RvC ten aanzien van de emissies en volstorting van uitgegeven aandelen invulling heeft gegeven aan zijn wettelijke toezichthoudende taak.”
r.o. 4.5