Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) · 23 juli 2026
OK verhoogt onderzoeksbudget enquête naar € 77.500
- Enquêterecht
- Boek 2 BW
Samenvatting
In een lopende enquêteprocedure verzoekt de door de OK benoemde onderzoeker om verhoging van het onderzoeksbudget van € 55.000 naar € 77.500, omdat de eerste onderzoeksfase meer tijd kostte en in de tweede fase meer personen worden geïnterviewd. Omdat partijen geen bezwaar hebben en de verhoging niet onredelijk is, wijst de OK het verzoek toe. De kosten komen ten laste van de vennootschap, die zekerheid moet stellen.
Kernoverwegingen
“Aan haar verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget heeft de onderzoeker – samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. Zoals aangegeven in het oorspronkelijke plan van aanpak van 26 maart 2026, valt het onderzoek uiteen in twee fasen. De vraag welke en hoeveel personen de onderzoeker in de tweede fase zou moeten interviewen, hing mede af van de uitkomsten van de eerste fase. In het aanvullend plan van aanpak van 15 juli 2026 merkt de onderzoeker op dat de tijdsbesteding met betrekking tot de eerste fase hoger is gebleken dan voorzien, onder meer doordat enkele personen twee keer zijn geïnterviewd en het desktoponderzoek uitgebreider is gebleken vanwege de omvang van de ontvangen documentatie en informatie. De kosten van de eerste fase vallen daardoor hoger uit dan eerder begroot, namelijk € 26.500 in plaats van € 20.000. Ten aanzien van de tweede fase geldt dat vijf personen meer geïnterviewd zullen worden dan was ingeschat in het plan van aanpak. De onderzoeker verwacht gezien de ervaring dat de tijdsbesteding voor interviews ruim ingeschat moet worden en dat de kosten van de tweede fase begroot kunnen worden op € 21.000. De begroting van de kosten voor de vervolgfasen en afronding van het onderzoek blijft ongewijzigd en bedraagt € 25.000. Het voorgaande brengt de totale begroting van het onderzoeksbudget op € 77.500 (exclusief omzetbelasting). De onderzoeker verzoekt derhalve om een verhoging van het onderzoeksbudget van € 22.500.”
r.o. 2.1
“De Ondernemingskamer oordeelt als volgt. Nu er geen bezwaren zijn aangevoerd tegen de verhoging van het onderzoeksbudget en de verhoging de Ondernemingskamer niet onredelijk voorkomt, zal de Ondernemingskamer het verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget toewijzen als na te noemen.”
r.o. 2.2