← Week 38

Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) · 24 juli 2026

OK-voorzitter wijst verzoek om mededelingen uit enquêteverslag af (artikel 2:353 lid 3 BW)

  • Enquêterecht
  • Boek 2 BW

Samenvatting

De voorzitter van de OK beoordeelt in een enquêteprocedure over een familiebedrijf een verzoek van een aandeelhouder om op grond van artikel 2:353 lid 3 BW mededelingen aan derden te mogen doen uit het onderzoeksverslag. Het verzoek dient om een klacht tegen een forensisch onderzoeker te onderbouwen. De voorzitter wijst het af, omdat het belang van de verzoeker onvoldoende zwaarwegend is ten opzichte van het belang van de vennootschappen bij vertrouwelijkheid.

Kernoverwegingen

“Op grond van artikel 2:353 lid 3 BW is het aan anderen dan de rechtspersoon verboden mededelingen aan derden te doen uit het onderzoeksverslag, voor zover dat niet voor iedereen ter inzage ligt, tenzij zij daartoe door de voorzitter van de Ondernemingskamer zijn gemachtigd. In deze zaak heeft de Ondernemingskamer op 10 april 2026 bepaald dat het onderzoeksverslag met bijlagen ter inzage ligt voor belanghebbenden. Op dat moment waren dat [Broer A] c.s. en [Broer B] c.s. Het in artikel 2:353 lid 3 BW opgenomen verbod dient de belangen van de Vennootschap c.s., die zelf dan ook niet aan dat verbod zijn gebonden.”

r.o. 2.1

“Deze zaak gaat over een slepend geschil binnen een familiebedrijf. Partijen hebben in het kader van minnelijk overleg inmiddels een waarderingsdeskundige ingeschakeld en volgens de OK-bestuurder wordt het belang van de Vennootschap c.s. nu met name gediend door het beëindigen van de diverse geschillen tussen de aandeelhouders. Verder is niet in geschil dat het onderzoeksverslag bedrijfsvertrouwelijke gegevens bevat en dat verdere verspreiding en openbaarmaking daarvan schadelijke gevolgen kan hebben voor de Vennootschap c.s. en de door haar gedreven onderneming.”

r.o. 2.2

“De voorzitter van de Ondernemingskamer is van oordeel dat bij die stand van zaken het belang van [Broer A] om, ter ondersteuning van een door hem tegen Ebben Partners in te dienen klacht, mededelingen te mogen doen uit het onderzoeksverslag onvoldoende zwaarwegend is om een uitzondering te aanvaarden op het in het belang van de Vennootschap c.s. in artikel 2:353 lid 3 BW opgenomen verbod. Het verzoek van [Broer A] zal daarom worden afgewezen.”

r.o. 2.3

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2171
Instantie
Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer)
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
24 juli 2026
Datum publicatie
16 september 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:353 BW
Thema
Enquêterecht
Weekoverzicht
Week 38 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.