Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) · 10 september 2026
Enquête: verlenging eindvoorzieningen tijdelijk bestuurder en beheer aandelen na vastgesteld wanbeleid
- Enquêterecht
- Boek 2 BW
Samenvatting
De OK verlengt in een lopende enquêteprocedure, na eerder vastgesteld wanbeleid, de eindvoorzieningen: de benoeming van een tijdelijk bestuurder en het beheer van de aandelen van de meerderheidsaandeelhouder. Dit gebeurt met zes maanden tot en met 11 maart 2027. Verlenging draagt volgens de OK bij aan het redresseren van het wanbeleid, nu concrete plannen bestaan om de vennootschap te herkapitaliseren en nog vorderingen kunnen bestaan op de verantwoordelijken. De bezwaren van een aandeelhouder tegen de wijze waarop de tijdelijk bestuurder zijn taak uitoefent, treffen geen doel.
Kernoverwegingen
“In de tweedefasebeschikking heeft de Ondernemingskamer overwogen dat in TAF geen onderneming werd gedreven. Zij hield op dat moment nog de Emir-obligaties – die per 4 november 2024 zouden expireren – en had mogelijk vorderingen op haar oud-bestuurders en aandeelhouders. Janssens en Van Roekel waren in 2020 al teruggetreden als bestuurder en [D] werd in de tweedefasebeschikking ontslagen. Bij die stand van zaken leek het de Ondernemingskamer voor de hand te liggen dat TAF op termijn zou worden geliquideerd en dat de OK-bestuurder in het belang van een ordentelijke afwikkeling in functie zou blijven als zelfstandig bevoegd bestuurder van TAF. Om dezelfde redenen achtte de Ondernemingskamer het geboden dat ook het beheer van de aandelen van Averline in TAF door de OK-beheerder werd voortgezet.”
r.o. 2.2
“Bertona verzet zich tegen het verlengingsverzoek. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de OK-bestuurder niet het belang van de vennootschap, maar uitsluitend nog het belang van minderheidsaandeelhouder [H] lijkt te dienen. Bertona heeft [H] onder bemiddeling van de OK-bestuurder een schikkingsvoorstel gedaan waarbij [H] volledig schadeloos zou worden gesteld, maar dit voorstel heeft [H] op oneigenlijke gronden afgewezen. Mogelijke vorderingen van TAF op grond van wanbeleid zijn ruimschoots verjaard. De voorgestelde schikking was de enige reële manier waarop het wanbeleid kon worden geredresseerd. TAF heeft geen operationele activiteiten, terwijl de Ondernemingskamer in haar tweedefasebeschikking expliciet heeft overwogen dat liquidatie voor de hand lag. Er bestaat geen redelijk belang bij handhaving van de status quo, waaraan ook kosten zijn verbonden voor TAF. Indien de minderheidsaandeelhouders opnieuw willen beleggen, ligt het veel meer voor de hand dat zij dit doen binnen een nieuw op te richten vennootschap.”
r.o. 2.4
“De Ondernemingskamer overweegt als volgt. De bezwaren van Bertona komen er in wezen op neer dat zij haar vraagtekens heeft bij de wijze waarop de OK-bestuurder zijn taak uitoefent. Daarbij miskent zij dat, indien de Ondernemingskamer een tijdelijke bestuurder heeft benoemd, het niet aan de Ondernemingskamer is, maar aan die tijdelijke bestuurder om binnen de grenzen van zijn taken en bevoegdheden te beoordelen of bepaalde maatregelen binnen of door de rechtspersoon moeten worden getroffen en, zo ja, die te treffen. Tegen die achtergrond moet worden vastgesteld dat de OK-bestuurder onweersproken naar voren heeft gebracht dat er concrete plannen liggen om de positie van de minderheidsaandeelhouders binnen TAF te versterken, waarna TAF overeenkomstig haar statutaire doel opnieuw vermogen zal gaan beleggen. Bovendien zijn er mogelijk vanuit TAF nog vorderingen geldend te maken tegen de verantwoordelijken voor het wanbeleid. De Ondernemingskamer is dan ook van oordeel dat verlenging van de voorzieningen bijdraagt aan het redresseren van het door haar in de tweedefasebeschikking geconstateerde wanbeleid. De Ondernemingskamer zal de voorzieningen daarom verlengen zoals verzocht.”
r.o. 2.5