Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) · 2 februari 2026
Enquête beëindigd na schikking; onmiddellijke voorzieningen opgeheven, functionarissen ontheven
- Enquêterecht
- Boek 2 BW
Samenvatting
Na een bevolen enquête bij een besloten vennootschap trekken de verzoekers na een schikking hun verzoeken tot vaststelling van wanbeleid en tot uittreding in. De OK verklaart hen niet-ontvankelijk en stelt vast dat binnen de termijn van artikel 2:355 lid 2 BW geen ander verzoek is ingediend, zodat de enquêteprocedure is geëindigd. De onmiddellijke voorzieningen worden beëindigd en de benoemde bestuurder, beheerder en onderzoeker worden ontheven.
Kernoverwegingen
“Nu Van Erp-de Veer Holding, Van Erp en Van Erp-Dollevoet bij de getroffen schikking hun verzoeken zoals in 1.5 genoemd hebben ingetrokken, hebben zij bij een beoordeling van en beslissing op deze verzoeken geen belang meer. Van Erp-de Veer Holding, Van Erp en Van Erp-Dollevoet zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in hun verzoeken.”
r.o. 2.1
“De Ondernemingskamer constateert dat naast de in 1.5 genoemde verzoeken, er in deze zaak (verder) geen verzoek als bedoeld in artikel 2:355 lid 1 BW is ingediend binnen de in het tweede lid van dit artikel genoemde termijn. Hiermee is aan de enquêteprocedure in de zaak met nummer 200.318.402/02 OK een einde gekomen. De Ondernemingskamer zal de getroffen onmiddellijke voorzieningen beëindigen en aldus mr. F.P.G. Dix, mr. A.J.A. Jansen en mr. R.G. Roeffen ontheffen uit hun functies.”
r.o. 2.2