← Week 12

Gerechtshof Amsterdam · 6 januari 2026

VvE-besluit tot handhaving voorschotplicht deskundigenkosten bij uitbouw niet onredelijk

  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een appartementseigenaar die een uitbouw wil realiseren, kant zich tegen een VvE-besluit om een bepaling in de verbouwingsovereenkomst te handhaven, waarin de eigenaar de kosten van een deskundige moet voorschieten bij onenigheid over schade. Het hof oordeelt dat die bepaling een procedureafspraak is en geen nieuwe voorwaarde, en dat de voorschotplicht niet onredelijk is. Het besluit blijft in stand; de kantonrechter had dit onder verwijzing naar de artikelen 2:15 en 2:8 BW eveneens zo beoordeeld.

Kernoverwegingen

“De kantonrechter heeft de verzoeken van [appellanten] afgewezen en [appellanten] in de kosten van de procedure veroordeeld. De kantonrechter heeft daartoe onder verwijzing naar de artikelen 2:15 jo 2:8 BW en 5:121 BW onder meer overwogen, kort samengevat, dat niet kan worden geoordeeld dat de VvE bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen niet in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen en evenmin dat zij zonder redelijke grond als bedoeld in artikel 5:121 lid 1 BW het besluit heeft genomen om punt 15 van de verbouwingsovereenkomst te handhaven.

In hoger beroep”

r.o. 4.3

“Naar het oordeel van het hof kan punt 15 van de verbouwingsovereenkomst niet worden gezien als een nieuwe voorwaarde, hoe genoemde vergaderingsnotulen en artikelen van het modelreglement ook dienen te worden gelezen. Punt 15 betreft immers een procedureafspraak en bevat geen materiële nadere voorwaarde. Punt 15 valt daarmee onder het oorspronkelijke besluit.”

r.o. 4.6

“De kantonrechter heeft in zijn hierboven onder 4.3 weergegeven beslissing betrokken dat de uiteindelijke kostenveroordeling afhankelijk is van de uitkomst van het deskundigenrapport en dat de partij die uiteindelijk (naar rato) de kosten daarvan moet voldoen, degene is die (naar rato) ongelijk heeft gekregen. Verder heeft de kantonrechter van belang geacht dat kosten voor deskundigenonderzoek niet zijn voorzien in de begroting van de VvE. Het belang van de overige eigenaars om deze kosten niet te hoeven voorschieten weegt naar het oordeel van de kantonrechter zwaarder dan het belang van [appellanten] ter zake, omdat de toestemming op verzoek van [appellanten] is verleend en de overige eigenaars daarvan geen profijt hebben. Het staat de VvE daarom volgens de kantonrechter in redelijkheid vrij om deze voorwaarde te stellen. Het door de VvE gestelde belang om te waken voor precedentwerking heeft de kantonrechter eveneens een belang geacht dat de VvE in haar afweging heeft kunnen betrekken. Alleen [appellant 1] en de VvE kunnen zich op punt 15 van de verbouwingsovereenkomst beroepen. De vrees van [appellanten] dat (enkele van) hun buren hen via deze weg dwars zullen gaan zitten, is dus onterecht, aldus nog steeds de kantonrechter.”

r.o. 4.8

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:744
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
6 januari 2026
Datum publicatie
19 maart 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:15 BW, 2:8 BW, 5:121 BW
Thema
Besluitvorming en vernietigbaarheid, Vereniging, stichting en coöperatie
Weekoverzicht
Week 12 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.