← Week 9

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 13 januari 2026

Levering aandelen bv bij schenking vereist notariële akte; tussenarrest met bewijsopdrachten

  • Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
  • Overig Boek 2
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Broers en zussen, erfgenamen van hun ouders, twisten over de vraag of de aandelen in een familie-bv tot de nalatenschappen behoren of door de vader aan een van hen zijn geschonken. Het hof oordeelt dat voor levering van aandelen bij schenking een notariële akte vereist is (artikel 2:196 BW), zodat de zoon geen juridisch eigenaar is geworden en de aandelen tot de ontbonden huwelijksgemeenschap blijven behoren. Over de vraag of een schenkingsovereenkomst is gesloten, volgen bewijsopdrachten, te beginnen met een handschriftdeskundige.

Kernoverwegingen

“Moeder is [in] 2022 overleden. Daardoor is de huwelijksgemeenschap ontbonden en is een bijzondere gemeenschap ontstaan (artikelen 3:189 - 3:194 BW), waarin als deelgenoten vader (50,5% onverdeeld aandeel) en de kinderen (ieder 9,9% onverdeeld aandeel) optraden. Vader is overleden op 10 april 2022 met achterlating van zijn vijf kinderen als zijn enige erfgenamen, ieder voor een gelijk deel. Daardoor is ieder van de kinderen, onder wie [appellant] , voor één vijfde (20%) onverdeeld aandeel gerechtigd in de ontbonden huwelijksgemeenschap van hun ouders. Zolang de aandelen niet zijn verdeeld en geleverd aan een van de deelgenoten, behoren die aandelen tot de ontbonden huwelijksgemeenschap en heeft ieder van de deelgenoten, en dus ook [appellant] , één vijfde onverdeeld aandeel in de aandelen in de bv.”

r.o. 3.7

“Voor de levering van aandelen ter uitvoering van een overeenkomst van schenking (verkrijging onder bijzondere titel) is een notariële akte vereist (artikel 2:196 BW). Tussen partijen staat vast dat zo’n notariële leveringsakte waarbij aandelen ten titel van schenking aan [appellant] zijn overgedragen niet is verleden. Het overige vier vijfde (80%) onverdeeld aandeel in de ontbonden huwelijksgemeenschap is daarom niet door [appellant] in juridische eigendom verkregen.”

r.o. 3.8

“[appellant] heeft daarnaast zijn stelling dat hij economisch eigenaar van de aandelen is geworden onvoldoende onderbouwd. Met het begrip economische eigendom wordt in de praktijk gedoeld op het bestaan van een aantal verbintenisrechtelijke rechten en verplichtingen met betrekking tot een goed, die niet in alle gevallen dezelfde inhoud behoeven te hebben. Hij heeft niet goed toegelicht wat vader heeft gedaan om tussen hen een economische eigendomsverhouding te laten ontstaan en welke verbintenisrechtelijke rechten en verplichtingen er zijn ontstaan ten aanzien van de aandelen in de bv. Hij heeft aan zijn stelling bovendien geen gevolgen verbonden in de door hem gevorderde verklaring voor recht die alleen ziet op de juridische eigendom van de aandelen.

Is een aanbod tot schenking van aandelen gedaan? (II.)”

r.o. 3.9

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:169
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
13 januari 2026
Datum publicatie
23 februari 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:196 BW, 3:189 BW, 3:190 BW, 3:170 BW, 4:182 BW, 3:34 BW, 3:44 BW, 7:176 BW
Thema
Overig Boek 2
Uitkomst aansprakelijkheid
aangehouden/tussenuitspraak
Weekoverzicht
Week 9 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.