← Week 19

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 21 april 2026

Bestuurdersaansprakelijkheid faillissement: schending administratieplicht en bewaarplicht bij overdracht aan opvolger

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Jaarrekening
  • Boek 2 BW

Samenvatting

De curator in het faillissement van een besloten vennootschap sprak de voormalig bestuurder en enig aandeelhouder aan voor het boedeltekort op grond van artikel 2:248 BW. Het hof oordeelt dat de bestuurder de administratieplicht van artikel 2:10 BW heeft geschonden, zowel de verplichting een deugdelijke administratie te voeren als de bewaarplicht, nu hij de administratie afgaf aan een opvolger van wie hij moest begrijpen dat die niet te goeder trouw was. Het vermoeden van een belangrijke oorzaak van het faillissement is niet ontzenuwd en matiging wordt geweigerd; het vonnis wordt bekrachtigd.

Kernoverwegingen

“Als het bestuur niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit artikel 2:10 BW, staat vast dat het zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en wordt vermoed dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Een onbelangrijk verzuim wordt daarbij niet in aanmerking genomen. De bestuurder kan het vermoeden dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement ontzenuwen door aannemelijk te maken dat andere feiten of omstandigheden dan zijn kennelijk onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest. Als hij daarin slaagt, ligt het op de weg van de curator om aannemelijk te maken dat de kennelijk onbehoorlijke taakvervulling mede een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest.”

r.o. 3.10

“[de eerste bestuurder] ’s verweer dat hij wel een deugdelijke administratie heeft gevoerd, slaagt niet. Uit [de eerste bestuurder] ’s betoog volgt dat de vennootschap twee ondernemingen dreef: een autohandel en een callcenter waarin 8 tot 10 zzp’ers werkten. In anderhalf jaar tijd liep er € 3,5 miljoen over de bankrekening van de vennootschap. Er gingen contante bedragen van aanzienlijke omvang om. [de eerste bestuurder] deed forse uitgaven in het buitenland waarvan het zakelijk karakter en het verband met de onderneming niet onmiddellijk in het oog springen. Dat hij handelde in auto’s in het hogere segment waar degelijke uitgaven bij zouden kunnen passen is onvoldoende toegelicht gelet op de uitleg van de curator dat in Volkswagens Golf GTI, Skoda’s en Seats werd gehandeld. Dat ook sprake was van een privé-uitgave vanaf de rekening van de vennootschap heeft [de eerste bestuurder] erkend, terwijl uit zijn betoog verder volgt dat hij zichzelf ook bedragen als salaris of winst uitkeerde. Bij die stand van zaken is minst genomen ongebruikelijk dat geen gebruik werd gemaakt van een boekhouder of boekhoudprogramma. Daarbij komt dat [de eerste bestuurder] in hoger beroep voor het eerst heeft aangevoerd dat zijn zus voor de vennootschap (enige) administratie bijhield in Excel, maar dat hij deze eenvoudig te reproduceren bestanden niet in het geding heeft gebracht. Dit doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van het betoog dat een deugdelijke administratie werd gevoerd. Aan zijn […]”

r.o. 3.14

“Overigens, zelfs als sprake zou zijn van een deugdelijke administratie, heeft [de eerste bestuurder] onvoldoende gemotiveerd weersproken dat hij de bewaarplicht heeft geschonden. De administratie blijft bij een overdracht van de aandelen of bestuurswissel bij de vennootschap. In beginsel mag en moet de bestuurder de administratie daarbij overdragen aan de opvolgend bestuurder. Dat is anders in een geval dat het overdragen van de administratie neerkomt op het zich ontdoen van de administratie door deze af te geven aan een, naar ook de vertrekkend bestuurder in elk geval moest begrijpen, opvolger die niet te goeder trouw van plan was de onderneming over te nemen. [de eerste bestuurder] heeft de (mager onderbouwde) stelling van de curator dat hier van zo’n geval sprake is, onvoldoende gemotiveerd weersproken. Daarbij is van belang dat het gaat om een vennootschap die volgeladen blijkt met schulden, aan een koper die [de eerste bestuurder] niet heeft ontmoet, via een tussenpersoon waarvan hij geen gegevens (behalve een voornaam) heeft kunnen verstrekken, voor een koopsom (van € 1.000) die niet strookt met de aan de notaris getoonde jaarrekening, waarbij het adres van de vennootschap wordt veranderd van een bedrijvenpark in het woonadres van de ouders van de koper en niet blijkt van een onderneming die wordt voortgezet of een ander plan met de vennootschap. Daar komt nog bij dat [de eerste bestuurder] de bankpas van de vennootschap behield en daar ook na de overdracht nog gebruik […]”

r.o. 3.15

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:2399
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
21 april 2026
Datum publicatie
8 mei 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:248 BW, 2:10 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid, Jaarrekening
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 19 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.