Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 21 april 2026
Aansprakelijkheid maten advocatenmaatschap voor beroepsfout: ieder voor 1/3 ex artikel 7A:1680 BW
- Personenvennootschappen
- Personenvennootschappen
Samenvatting
Een advocatenmaatschap is aansprakelijk voor een beroepsfout: de door haar opgestelde persoonlijke borgtocht bevatte geen maximum en is daardoor nietig. Het hof oordeelt dat de maten, nu hoofdelijke aansprakelijkheid in de algemene voorwaarden is uitgesloten, op grond van artikel 7A:1680 BW ieder voor een gelijk deel (een derde) aansprakelijk zijn voor de schuld van de maatschap. De schade wordt begroot op maximaal € 1.152.000, binnen het verzekerde bedrag van € 1.500.000.
Kernoverwegingen
“[appellanten] heeft benadrukt dat de overeenkomst van dienstverlening is aangegaan tussen [naam1] en [appellant1] en niet tussen [naam1] en mr. [appellant2] . [naam1] heeft dat niet betwist.”
r.o. 5.18
“Tussen [appellanten] en [naam1] staat vast dat mr. [appellant2] geen maximum aan de borgtocht heeft verbonden. Dat betekent dat hij een beroepsfout heeft gemaakt. Daarmee is sprake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. [appellanten] is aansprakelijk voor de schade die [naam1] als gevolg hiervan lijdt.”
r.o. 5.19
“[appellanten] heeft erop gewezen dat in artikel 5 van de overeengekomen Algemene Voorwaarden de toepasselijkheid van de artikelen 7:404 en 7:707 lid 2 BW is uitgesloten. [naam1] heeft dat niet weersproken. Dat betekent dat de afzonderlijke maten niet hoofdelijk kunnen worden aangesproken voor de schade als gevolg van de toerekenbare tekortkoming. Wel zijn de afzonderlijke maten op grond van artikel 7A:1680 BW ieder voor een gelijk deel – in dit geval 1/3 – aansprakelijk voor de schuld van de maatschap.Geen onrechtmatige daad”
r.o. 5.20