← Week 39

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15 september 2026

Openlegging administratie van ontbonden stille maatschap en afgifte gegevens (artikel 3:15j BW)

  • Personenvennootschappen
  • Personenvennootschappen

Samenvatting

In hoger beroep vordert een maat van een stille maatschap, na ontbinding en verdeling van een perceel, afgifte van bedrijfsgegevens van haar medemaat. Het hof wijst de vordering tot openlegging van de volledige administratie toe op grond van artikel 3:15j BW, omdat de maat een rechtstreeks en voldoende belang heeft om haar winstaandeel en kapitaalstand te kunnen vaststellen. Ook overzichten van de suikercoöperatie en een deel van de gecombineerde opgaven worden toegewezen; de beslissing over de facturen wordt aangehouden en de laboratoriumuitslagen worden afgewezen.

Kernoverwegingen

“Het hof begrijpt de stellingname van [geïntimeerden] dat de gevorderde facturen niet zien op een rechtsbetrekking waarbij [appellante3] partij is. [appellanten] menen dat [appellante3] een aanspraak kan maken op een uitkering uit de maatschap [maatschap2] . De gegevens waarvan afgifte wordt gevorderd, moeten dus zien op die specifieke rechtsbetrekking. Het hof kan nu niet beoordelen of aan deze voorwaarde is voldaan. In hun vierde grief richten [appellanten] zich tegen het oordeel van de pachtkamer dat de maatschap [maatschap2] het perceel heeft verpacht aan Melkveebedrijf [melkveebedrijf] . Gelet op de verwevenheid met de vierde grief in hoger beroep ligt het voor de hand dat de beoordeling van de incidentele vordering tot afgifte van de facturen in de hoofdzaak zelf wordt betrokken. Voor het geval in de hoofdzaak geen rechtsverhouding van pacht met de maatschap [maatschap2] kan worden aangenomen, zal de afgiftevordering met betrekking tot de facturen alsnog worden toegewezen. Het hof ziet geen noodzaak om in dit stadium vooruit te lopen op die beoordeling en nu al te beslissen over de vordering tot afgifte van de facturen. Omdat de zaak niet meebrengt dat op de afgiftevordering met betrekking tot de facturen eerst en vooraf moet worden beslist (artikel 209 Rv), zal het hof de beslissing daarover aanhouden.

ii. de volledige administratie van de maatschap [maatschap2] over de periode 2010 tot en met heden”

r.o. 3.5

“Het hof ziet geen aanleiding om vordering tot afgifte van de volledige administratie te baseren op artikel 194 Rv, omdat volgens de bijbehorende memorie van toelichting de volledige bedrijfsadministratie te weinig specifiek is en daarom niet als voldoende bepaald kan worden aangemerkt. Het hof overweegt dat deze afgiftevordering betrekking heeft op de openlegging van de administratie van een gemeenschap of vennootschap, die een deelgenoot respectievelijk vennoot kan vorderen (artikel 3:15j BW). Voor toewijzing van deze vordering is vereist dat [appellante3] een rechtstreeks en voldoende belang heeft. Het hof oordeelt dat [appellanten] voldoende hebben onderbouwd dat [appellante3] een rechtstreeks en voldoende belang heeft bij openlegging van de volledige bedrijfsadministratie. Bij de beoordeling of [appellante3] aanspraak kan maken op een uitkering uit de maatschap [maatschap2] is het relevant om vast te kunnen stellen wat haar winstaandeel en kapitaalstand is binnen de maatschap [maatschap2] . [appellanten] hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zonder de bedrijfsadministratie [appellante3] niet haar winstaandeel en kapitaalstand binnen de maatschap [maatschap2] kan vaststellen. Bovendien hebben [geïntimeerden] niet betwist dat zij over de bedrijfsadministratie beschikken en evenmin hebben zij toegelicht dat zich gewichtige redenen tegen de afgifte hiervan verzetten. Het hof zal deze vordering tot afgifte daarom toewijzen.

iii. de overzichten van Cosun 2010 tot en met […]”

r.o. 3.7

“Het hof oordeelt dat [appellanten] voldoende hebben onderbouwd dat [appellante3] belang heeft bij de afgifte van de overzichten van Cosun. De ledenleveringsbewijzen behoren immers tot de gemeenschap van de maatschap [maatschap2] (rov. 2.2), die na ontbinding van die maatschap voor verdeling vatbaar zijn. De ledenleveringsbewijzen geven het recht om een bepaalde hoeveelheid bieten te telen tegen een ledenprijs. Zonder toereikende ledenleveringsbewijzen is het telen van bieten niet toegelaten, althans geheel onaantrekkelijk. [appellanten] hebben gemotiveerd gesteld dat [appellante3] overzichten nodig heeft om haar vordering tot levering van de helft van de ledenleveringsbewijzen van Cosun die betrekking hebben op het perceel te kunnen onderbouwen. Overzichten van Cosun zijn eenvoudig af te geven en [geïntimeerden] hebben niet gesteld dat er gewichtige redenen zijn die zich verzetten tegen afgifte. Het hof zal deze vordering tot afgifte daarom toewijzen.

iv. de laboratoriumuitslagen van de grondmonsters en de gecombineerde opgaven met betrekking tot het gemeenschappelijk eigendom van de afgelopen acht jaar”

r.o. 3.9

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:5940
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
15 september 2026
Datum publicatie
24 september 2026
Spoor
Personenvennootschappen
Wetsartikelen
3:15j BW
Thema
Personenvennootschappen
Weekoverzicht
Week 39 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.