Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17 september 2026
Waardering maatschapsaandelen bij afwikkeling huwelijkse voorwaarden; verrekenvordering ineens betaalbaar
- Personenvennootschappen
- Aandelenwaardering
- Personenvennootschappen
Samenvatting
Ex-echtgenoten, tevens maten in een agrarische maatschap, twisten over de afwikkeling van hun huwelijkse voorwaarden. Het hof acht de waardering van de maatschapsaandelen met de Discounted Cashflow-methode juist en oordeelt dat de maatschapsovereenkomst, met waardering op fiscale boekwaarde, de huwelijkse voorwaarden niet wijzigt. De verrekenvordering moet volgens het hof ineens worden betaald, met wettelijke rente vanaf de eerste schriftelijke ingebrekestelling.
Kernoverwegingen
“Bij beschikking van 24 maart 2024 heeft de rechtbank overwogen dat de deskundige de economische waarde van de maatschapsaandelen diende te bepalen. De deskundige heeft gerapporteerd en is op vragen van partijen ingegaan waar hij dat nodig achtte voordat de definitieve versie van het rapport tot stand is gekomen. De deskundige heeft voor de ‘Discounted Cashflow’ (DCF)-waarderingsmethode gekozen en hij heeft toegelicht waarom deze methode volgens hem het meest geschikt was om de economische waarde te bepalen. De keuze voor de te hanteren methode staat niet ter vrije bepaling van de deskundige maar hij dient aan te sluiten bij een methode die gebruikelijk is in de branche, hetgeen hij vanuit zijn deskundigheid dient te beoordelen. Anders dan de vrouw is het hof van oordeel dat de deskundige met de toelichting voldoende heeft onderbouwd waarom de gekozen waarderingsmethode het meest geschikt was om de economische waarde te bepalen. Er is geen reden om de vrije verkoopwaarde van de maatschap als uitgangspunt te nemen, omdat de man het bedrijf heeft voortgezet en ook de komende jaren wenst voort te zetten. De vrouw heeft onvoldoende onderbouwd dat de DCF-methode ongeschikt is om een getrouwe weergave van de waarde van de maatschap van partijen te kunnen neerzetten. Zij wenst aan te sluiten bij de berekening van de door haar ingeschakelde deskundige, [naam7] , werkzaam bij Aaff Accountants. Uit die berekening volgt echter geen waarde die substantieel afwijkt van de waarde uit het […]”
r.o. 5.4
“Het hof overweegt dat het betoog van de vrouw erop neerkomt dat zij bij de afwikkeling van de maatschapsovereenkomst het maatschapsvermogen zou willen verdelen alsof partijen in gemeenschap van goederen waren gehuwd, met uitzondering van het beginvermogen van de man en uitgesloten schenkingen. Dat betoog wordt niet gevolgd. Het moge zo zijn dat de vrouw zich benadeeld voelt als gevolg van de in de maatschapsovereenkomst opgenomen waarderingsmethode die in een voor haar nadelige zin afwijkt van de methode die in het kader van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden wordt gehanteerd, maar het hof ziet in de stellingen van de vrouw geen grond om anders te beslissen dan de rechtbank heeft gedaan. De financiële gevolgen van de maatschapsovereenkomst die enige tijd na de huwelijkse voorwaarden is gesloten brengen geen wijziging in die huwelijkse voorwaarden of de gevolgen daarvan. De grief faalt.
De percelen [nummer1] en [nummer2] (grieven 2, 6 en 7)”
r.o. 5.7
“Ten aanzien van de stakingswinst geldt dat een eventuele schuld van de vrouw als gevolg daarvan een gevolg is van de beëindiging van de maatschap (per 6 april 2023) en niet in het kader van de uit de huwelijkse voorwaarden voortvloeiende verrekenvordering (waardepeildatum 31 december 2021) betrokken moet worden.
Belangenafweging artikel 19 huwelijkse voorwaarden”
r.o. 5.14