← Week 22

Gerechtshof Den Haag · 24 februari 2026

Actio pauliana: hypotheken groepsvennootschappen en artikel 2:247 lid 2 BW gewone bedrijfsuitoefening

  • Overig Boek 2
  • Boek 2 BW

Samenvatting

De curator in het faillissement van een projectvennootschap vernietigt met de actio pauliana hypotheken die kort voor het faillissement zijn gevestigd ten gunste van een financier en van de moedervennootschap. Het hof bekrachtigt dat de hypotheken van de financier vernietigd zijn en dat de hypotheek van de moedervennootschap standhoudt. Het beroep op artikel 2:247 BW faalt omdat de mondelinge afspraak over zekerheden onder lid 2 valt: een rechtshandeling tussen moeder en dochter die tot de gewone bedrijfsuitoefening behoort. Het hof neemt ook het groepsbegrip van artikel 2:24b BW en het meetellen van gecertificeerde aandelen bij artikel 43 Fw mee.

Kernoverwegingen

“De curator valt dan ook redelijkerwijze niet te verwijten dat hij na ontvangst van de voormelde brieven niet de conclusie heeft getrokken dat Vakbouw Holding zich kennelijk beriep op het bestaan van een mondeling gesloten overeenkomst. Temeer niet daar dit een complex dossier betreft, waarin de curator in de periode augustus/september 2015 nog over diverse onderwerpen om opheldering heeft verzocht. De klacht dat de rechtbank het beroep op verjaring van Vakbouw Holding heeft gehonoreerd is dan ook (op zich) terecht voorgesteld. Echter, Vakbouw Holding heeft daarnaast ook als verweer gevoerd dat het beroep van de curator op artikel 2:247 lid 1 BW niet kan worden gehonoreerd, gelet op het bepaalde in het tweede lid van artikel 2:247 BW. Gelet op de devolutieve werking van het appel dient te worden beoordeeld of dit andere verweer van Vakbouw Holding houdt snijdt. Dit verweer slaagt. Ter toelichting dient het volgende.”

r.o. 6.58

“Op grond van het bepaalde in lid 2 van artikel 2:247 BW kan geen beroep op vernietigbaarheid worden gedaan van – kort gezegd – rechtshandelingen tussen een moeder- en een dochtervennootschap die niet schriftelijk zijn vastgelegd, voor zover deze rechtshandelingen onder de bedongen voorwaarden tot de gewone bedrijfsuitoefening behoren. Vakbouw Holding heeft zich erop beroepen dat de verplichting die Vakbouw 8 op zich heeft genomen – het verstrekken van hypothecaire zekerheden in ruil voor financiering – een rechtshandeling betreft die tot de ‘gewone (partijen refereren ook wel aan de ‘normale’) bedrijfsuitoefening’ van Vakbouw 8 behoort. Vakbouw 8 hield zich immers bezig met projectontwikkeling. Het beroep van Vakbouw 8 op het bepaalde in lid 2 slaagt. De argumenten die de curator naar voren heeft gebracht voor zijn standpunt dat geen sprake is geweest van rechtshandeling die behoort tot de categorie ‘de gewone bedrijfsuitoefening’ zijn van onvoldoende gewicht om tot een ander oordeel te kunnen komen. Ter toelichting dient nog het volgende.”

r.o. 6.59

“De curator wijst erop dat Vakbouw 8 op 15 juli 2010 is opgericht. Van een ‘normale bedrijfsuitoefening’ kon volgens de curator op dat moment nog geen sprake zijn. De curator miskent hier dat bij gebrek aan geschiedenis gekeken dient te worden naar de normale bedrijfsuitoefening van Vakbouw 8, zoals die was beoogd. Tussen partijen is niet in geschil dat Vakbouw 8 speciaal ter uitvoering van het project is opgericht, met als doel de voor het project benodigde percelen te verwerven, waarvoor Vakbouw 8 van Vakbouw Holding de benodigde middelen zou gaan ontvangen. In deze context kan het verlenen van zekerheden in ruil voor de ontvangen financiering worden beschouwd als behorende tot de gewone bedrijfsactiviteiten van Vakbouw 8.”

r.o. 6.60

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2026:1772
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
24 februari 2026
Datum publicatie
29 mei 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:247 BW, 2:24b BW, 6:162 BW
Thema
Overig Boek 2
Weekoverzicht
Week 22 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.