← Week 40

Gerechtshof Den Haag · 29 september 2026

Quasi-inhouse uitzondering afvalverwerking; geconsolideerde omzet als maatstaf activiteitencriterium

  • Jaarrekening
  • Boek 2 BW
  • Zijdelings

Samenvatting

Een afvalverwerker stelt dat twee gemeentelijke opdrachten voor de verwerking van restafval ten onrechte zonder aanbesteding zijn gegund op grond van de quasi-inhouse uitzondering. Het hof vernietigt de overeenkomsten en kent deels schadevergoeding toe. Boek 2 speelt een zijdelingse rol: omdat de gecontroleerde vennootschap een geconsolideerde jaarrekening opstelt (artikel 2:405 en 2:406 BW), wordt voor het activiteitencriterium de geconsolideerde omzet in aanmerking genomen.

Kernoverwegingen

“Tussen partijen staat vast dat AF op grond van artikel 2:406 BW een geconsolideerde jaarrekening opstelt in de zin van artikel 2:405 BW. Deze bepalingen zijn de omzetting, voor Nederland, van de artikelen 22 en 24 van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen (hierna: richtlijn 2013/34).”

r.o. 4.24

“Het HvJ EU heeft daarop in zijn prejudiciële arrest geantwoord dat die bepalingen aldus moeten worden uitgelegd dat:

“in het geval dat de voorwaarde volgens welke meer dan 80 % van de activiteiten van de gecontroleerde rechtspersoon de uitvoering moet behelzen van taken die hem zijn toegewezen door de controlerende aanbestedende diensten vastgesteld wordt aan de hand van het criterium van de omzet, en deze gecontroleerde rechtspersoon de moedermaatschappij van een groep is, bij deze voorwaarde is vereist dat ook met de omzet van de andere tot deze groep behorende entiteiten rekening wordt gehouden, in voorkomend geval op basis van de geconsolideerde omzet die deze rechtspersoon moet vaststellen overeenkomstig de artikelen 22 en 24 van [richtlijn 2013/34].””

r.o. 4.26

“Tussen partijen staat vast dat AF, bezien op geconsolideerde basis, in termen van omzet in de drie jaar voorafgaand aan gunning niet meer dan 80% van haar activiteiten heeft verricht ter uitvoering van taken die haar waren toegewezen door haar toenmalige aandeelhouders, namelijk de Friese gemeenten, de RNV-gemeenten en twee Groningse gemeenten. Dit geldt ongeacht de vraag of AF de omzet die zij bij derden behaalt met het exploiteren van een stortplaats in aanmerking neemt als omzet behaald bij het uitvoeren van een taak die haar is toegewezen door de Friese gemeenten.”

r.o. 4.27

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2026:2989
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
29 september 2026
Datum publicatie
3 oktober 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:405 BW, 2:406 BW
Thema
Jaarrekening
Weekoverzicht
Week 40 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.