← Week 38

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 15 september 2026

Vereniging vordert van erven oud-penningmeester terug; artikel 2:9 BW onvoldoende onderbouwd

  • Aansprakelijkheid afgewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een voetbalvereniging vorderde van de erven van haar oud-penningmeester terug wat hij van de verenigingsrekening aan zichzelf had overgemaakt, onder meer met een beroep op onrechtmatig handelen en bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:9 BW. Het hof oordeelt dat de vereniging haar stellingen (sponsoring, ontbrekende goedkeuring, tekortschieten als bestuurder, schade) onvoldoende heeft onderbouwd en dat het om aflossingen van leningen ging. Het hof bekrachtigt de afwijzing van de vorderingen.

Kernoverwegingen

“Volgens [appellant] heeft [erflater] nooit de noodzakelijke goedkeuring van de algemene vergadering gekregen om de geldleningen aan te gaan en is alles ook zonder medeweten van de rest van het bestuur gedaan. [appellant] beroept zich hierbij op artikel 15, lid II onder c van haar statuten. Volgens [appellant] betekent het ontbreken van die goedkeuring dat de leningen nooit rechtsgeldig zijn aangegaan en dus dat ook de terugbetaling zonder rechtsgrond, althans door [erflater] onbevoegd, is gedaan.”

r.o. 5.26

“Deze stellingname kan [appellant] niet baten. Als de redenering van [appellant] gevolgd wordt, moet er dus (veronderstellenderwijs) vanuit worden gegaan dat er nooit rechtsgeldige leningen tussen [erflater] en [appellant] zijn aangegaan (voor die € 72.159,80). In dat geval zijn de aan deze terugbetaling(en) voorafgaande, door [erflater] aan [appellant] gedane betalingen zonder rechtsgrond gedaan. In dat scenario heeft [erflater] € 72.159,80 onverschuldigd aan [appellant] betaald, uit welke omstandigheid dan automatisch wel de rechtsgrond voor de terugbetaling van die bedragen voortvloeit (zoals ook in de onder 3.4 genoemde procedure door de rechtbank in eerste aanleg al in het vonnis overwogen, r.o. 4.10 en 4.11).”

r.o. 5.27

“[appellant] laat na om te concretiseren en onderbouwen op grond waarvan “medeweten en goedkeuring van de rest van het bestuur” en/of “goedkeuring van de algemene ledenvergadering” voor deze betalingen noodzakelijk waren. Voor zover zij zich ook in dit verband op het al eerder genoemde artikel 15, lid II onder c van de statuten bedoelt te beroepen, miskent zij de inhoud daarvan. Op grond van deze bepaling behoeft het bestuur namelijk enkel goedkeuring van de algemene vergadering “voor het besluiten tot het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden”. Over het doen van aflossingen op leningen zegt dit artikel helemaal niets.”

r.o. 5.30

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:2476
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
15 september 2026
Datum publicatie
17 september 2026
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
2:9 BW, 6:212 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid, Vereniging, stichting en coöperatie
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
afgewezen
Weekoverzicht
Week 38 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.