Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10 februari 2026
Inspanningsverbintenis provincie bij grondruil en ontgronding; artikel 2:1 en 2:5 BW zijdelings
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Samenvatting
Een ontgrondingsbedrijf vordert schadevergoeding van een provincie wegens het niet nakomen van een inspanningsverbintenis uit een grondruilovereenkomst om een bestemmingswijziging en ontgrondingsvergunning te realiseren. Het hof oordeelt dat de provincie is tekortgeschoten en wijst de schade naar een schadestaatprocedure. Boek 2 BW speelt slechts een bijrol: artikel 2:1 en 2:5 BW worden genoemd als grondslag voor de bevoegdheid van de provincie als publiekrechtelijke rechtspersoon om de privaatrechtelijke overeenkomst te sluiten.
Kernoverweging
“Aan de orde is nu de uitleg van de inhoud van de op de Provincie rustende inspanningsverbintenis. Het hof overweegt dat in de uitleg van het hof de inspanningsverbintenis op twee organen van de Provincie rust, te weten op Gedeputeerde Staten en op Provinciale Staten. Daartoe is het volgende redengevend. Het gaat hier om een door de Provincie gesloten privaatrechtelijke overeenkomst met [--] . De Provincie, zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon, is tot het sluiten van een dergelijke overeenkomst bevoegd op grond van artikel 2:1 BW jo artikel 2:5 BW. De gebruikmaking van die bevoegdheid in dit geval, is gebaseerd op het besluit van Gedeputeerde Staten tot het sluiten van de privaatrechtelijke overeenkomst. Uit de bewoordingen van artikel 13.1 van de Akte tot ruiling blijkt dat de inspanning van de Provincie moet zijn gericht op een ontgrondingsvergunning, inclusief een door en op kosten van de Provincie op te stellen provinciaal inpassingsplan. Het verstrekken van een ontgrondingsvergunning is de bevoegdheid van Gedeputeerde Staten. Een PIP vergt allereerst het opstellen van zo’n plan en het in procedure brengen van zo’n plan door Gedeputeerde Staten en vervolgens de vaststelling daarvan door Provinciale Staten. Nu de ontgrondingsvergunning in dit geval niet zonder een bestemmingswijziging van het gebied [B] II kan worden verleend en voor een bestemmingswijziging de betrokkenheid van zowel Gedeputeerde Staten als Provinciale Staten is vereist, waarmee de Provincie en […]”
r.o. 3.6.6