Hoge Raad · 5 september 1990
Procureur-generaal en jaarrekening: vereiste van specifiek openbaar belang
- Jaarrekening
- Boek 2 BW
Samenvatting
De procureur-generaal vorderde bij de OK wijziging van de jaarrekening van een naamloze vennootschap op grond van artikel 999 lid 2 Rv (oud), de voorloper van de huidige regeling. De Hoge Raad oordeelt dat de enkele strijd met de wettelijke voorschriften onvoldoende is. Er is een specifiek openbaar belang nodig dat de procureur-generaal met feiten en omstandigheden moet onderbouwen. Rechtsonzekerheid en de behoefte aan een richtinggevende uitspraak kunnen meewegen, maar zijn op zichzelf niet voldoende.
Kernoverwegingen
“Bij de beoordeling van de middelen, die zich voor een gezamenlijke behandeling lenen, dient te worden vooropgesteld dat uit de - in de conclusie van het Openbaar Ministerie weergegeven - ontstaansgeschiedenis van artikel 999 Rv blijkt dat de wetgever in lid 2 van dat artikel de - in de door de commissie ondernemingsrecht voorgestelde wetstekst nog niet voorkomende - woorden "in het openbaar belang" heeft opgenomen ten einde aldus de in deze bepaling neergelegde bevoegdheid van de procureur-generaal om in rechte op te treden te beperken. Voor zover de middelen 1, 2 en 4 een tegengestelde opvatting verdedigen, falen zij derhalve. 4.3. Uit het vorenstaande volgt dat de Ondernemingskamer terecht heeft aangenomen dat de procureur-generaal niet op grond van de enkele omstandigheid dat naar zijn oordeel een jaarrekening niet overeenkomstig de wettelijke vereisten is ingericht, bevoegd is om "in het openbaar belang" wijziging van die jaarrekening te vorderen. Middel 1 kan ook voor het overige niet als juist worden aanvaard, omdat het daarin centraal gestelde publicatievoorschrift met betrekking tot jaarrekeningen niet als noodzakelijk complement heeft de door de P.G. verdedigde bevoegdheid om in alle gevallen waarin een jaarrekening in enigerlei opzicht in strijd met de wettelijke voorschriften is, een vordering als bedoeld in artikel 999 Rv in te stellen. 4.4. Het in 4.3 overwogene brengt mede dat - anders dan middel 2 betoogt - de Ondernemingskamer terecht heeft geoordeeld dat de […]”
r.o. 4.2
“Uit het vorenstaande volgt dat de Ondernemingskamer terecht heeft aangenomen dat de procureur-generaal niet op grond van de enkele omstandigheid dat naar zijn oordeel een jaarrekening niet overeenkomstig de wettelijke vereisten is ingericht, bevoegd is om "in het openbaar belang" wijziging van die jaarrekening te vorderen. Middel 1 kan ook voor het overige niet als juist worden aanvaard, omdat het daarin centraal gestelde publicatievoorschrift met betrekking tot jaarrekeningen niet als noodzakelijk complement heeft de door de P.G. verdedigde bevoegdheid om in alle gevallen waarin een jaarrekening in enigerlei opzicht in strijd met de wettelijke voorschriften is, een vordering als bedoeld in artikel 999 Rv in te stellen. 4.4. Het in 4.3 overwogene brengt mede dat - anders dan middel 2 betoogt - de Ondernemingskamer terecht heeft geoordeeld dat de procureur-generaal slechts bevoegd is wijziging van een jaarrekening te vorderen, indien daarmee een specifiek openbaar belang gemoeid is. Met de eis van een "specifiek" openbaar belang heeft de Ondernemingskamer kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat het enkele belang gelegen in nakoming van de wet niet is een openbaar belang dat een optreden van de procureur-generaal op de voet van artikel 999 Rv wettigt, welke opvatting juist is. Middel 2 faalt derhalve ook voor zover het dit oordeel bestrijdt. 4.5. Uitgaande van de terecht gestelde eis van een specifiek openbaar belang heeft de Ondernemingskamer eveneens met juistheid […]”
r.o. 4.3
“Het in 4.3 overwogene brengt mede dat - anders dan middel 2 betoogt - de Ondernemingskamer terecht heeft geoordeeld dat de procureur-generaal slechts bevoegd is wijziging van een jaarrekening te vorderen, indien daarmee een specifiek openbaar belang gemoeid is. Met de eis van een "specifiek" openbaar belang heeft de Ondernemingskamer kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat het enkele belang gelegen in nakoming van de wet niet is een openbaar belang dat een optreden van de procureur-generaal op de voet van artikel 999 Rv wettigt, welke opvatting juist is. Middel 2 faalt derhalve ook voor zover het dit oordeel bestrijdt. 4.5. Uitgaande van de terecht gestelde eis van een specifiek openbaar belang heeft de Ondernemingskamer eveneens met juistheid geoordeeld dat de procureur-generaal feiten en omstandigheden dient aan te voeren, op grond waarvan kan worden aangenomen dat het openbaar belang de gevorderde wijziging vergt, zodat ook middel 3 faalt. 4.6. Voor zover de middelen 1 en 2 blijkens de daarop gegeven toelichting mede de klacht inhouden dat de Ondernemingskamer ten onrechte zou hebben aangenomen dat de P.G. geen ander openbaar belang heeft gesteld dan het in naleving van de wet gelegen belang, missen zij feitelijke grondslag. De Ondernemingskamer heeft immers overwogen dat de P.G. naast zijn beroep op het belang van naleving van de wet bij conclusie van repliek heeft aangevoerd dat het belang van de rechtszekerheid "in een kardinale kwestie van jaarrekeningrecht" en […]”
r.o. 4.4