← Week 45

Hoge Raad · 8 november 1991

Nimox/Auditrade

Onrechtmatig stemmen voor dividendbesluit door enig aandeelhouder jegens schuldeisers; curator bevoegd

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

De enige aandeelhouder van een later failliet verklaarde dochtervennootschap besloot de vrijwel volledige reserve als dividend uit te keren en verkocht de dividendvordering door. De Hoge Raad bevestigt dat het stemmen voor dat besluit onrechtmatig kan zijn jegens schuldeisers, ook als het besluit niet is vernietigd. De curator is bevoegd de vordering in te stellen en de vordering van de aandeelhouder hoeft niet te worden geverifieerd.

Kernoverwegingen

“Onderdeel 1 van het middel neemt tot uitgangspunt dat de door de curator op de grondslag van art. 1401 BW ingestelde vordering niet anders kan worden verstaan dan als een vordering ingesteld wegens schade toegebracht aan het vermogen van bepaalde crediteuren van Auditrade , te weten de crediteuren "wier vorderingen eerst na 20 december 1983 zijn ontstaan", en strekt ten betoge dat de curator tot het instellen van "een dergelijke vordering, die tot de vermogens van de betrokken crediteuren (...) behoort", alleen bevoegd is indien hij daartoe van die crediteuren een procesvolmacht heeft verkregen of anderszins - bij voorbeeld door cessies ter incasso - rechtens in staat is gesteld. Daargelaten of voor het voormelde uitgangspunt voldoende feitelijke grondslag kan worden gevonden in de arresten van het Hof en de overige gedingstukken, kan dat betoog niet als juist worden aanvaard. Zoals is aangenomen in HR 14 januari 1983, NJ 1983, 597, is een faillissementscurator ook bevoegd voor de belangen van schuldeisers op te komen bij benadeling van schuldeisers door de gefailleerde en kan in zo een geval ook plaats zijn voor het geldend maken door de curator van een vordering tot schadevergoeding uit hoofde van art. 1401 BW tegen een derde die bij de benadeling van schuldeisers betrokken is. Er is geen grond om hierop een uitzondering te maken voor het in het onderdeel veronderstelde geval dat de vorderingen die ten tijde van de benadelingshandeling reeds bestonden vóór het […]”

r.o. 3.2

“Onderdeel 2 richt zich tevergeefs met de daarin onder a tot en met e aangevoerde klachten tegen 's Hofs oordeel dat het stemgedrag van Nimox onrechtmatig is jegens crediteuren van Auditrade . Subonderdeel a betoogt dat Nimox door het uitbrengen van haar stem voor het dividendbesluit niet onrechtmatig kan hebben gehandeld omdat het besluit tevergeefs is aangevochten en dus als rechtsgeldig meet worden beschouwd. Dit betoog is onjuist. Ook indien van de geldigheid van het besluit als zodanig meet worden uitgegaan bij gebreke van vernietiging bij rechterlijk vonnis op de voet van art. 2:11 BW, volgt hieruit niet dat uitvoering van het besluit tegenover derden zoals schuldeisers van de vennootschap niet onrechtmatig kan zijn, noch dat het door uitoefening van het stemrecht bewerkstelligen van de totstandkoming van het besluit tegenover derden niet onrechtmatig kan zijn. Anders dan het subonderdeel voorts aanvoert, is 's Hofs oordeel niet onbegrijpelijk noch onvoldoende gemotiveerd. 3.3.2 Subonderdeel b berust op de stelling dat het stemmen in een algemene vergadering van aandeelhouders moet worden aangemerkt als een handeling van de vennootschap en derhalve geen onrechtmatige daad van de aandeelhouder kan opleveren, behoudens onder bijzondere omstandigheden. Deze stelling is onjuist. 3.3.3 Subonderdeel c klaagt over onbegrijpelijkheid van het in rov. 4.12 van het tussenarrest gegeven oordeel dat het besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders (en daarom ook het […]”

r.o. 3.3.1

“Subonderdeel b berust op de stelling dat het stemmen in een algemene vergadering van aandeelhouders moet worden aangemerkt als een handeling van de vennootschap en derhalve geen onrechtmatige daad van de aandeelhouder kan opleveren, behoudens onder bijzondere omstandigheden. Deze stelling is onjuist. 3.3.3 Subonderdeel c klaagt over onbegrijpelijkheid van het in rov. 4.12 van het tussenarrest gegeven oordeel dat het besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders (en daarom ook het stemgedrag van Nimox als enige aandeelhouder) onrechtmatig was; dit oordeel zou niet begrijpelijk zijn nu het Hof "in navolging van de Rechtbank (...) niet heeft onderzocht of het besluit (...) een aan Auditrade toe te rekenen onrechtmatige daad heeft opgeleverd". De klacht miskent de gedachtengang van Rechtbank en Hof. De Rechtbank heeft in rov. 22 van haar vonnis vooropgesteld dat het besluit niet slechts "een intern- vennootschappelijke rechtshandeling" is geweest, maar "tevens een externe rechtshandeling, bestaande in de toekenning aan Nimox van een vordering op Auditrade ", en dat het "als externe handeling bezien" een onrechtmatige daad kan opleveren. In het vervolgens door de Rechtbank overwogene ligt besloten dat zij het besluit als "externe rechtshandeling" als een onrechtmatige daad van Auditrade heeft beschouwd. Hiermee heeft het Hof zich kennelijk verenigd. Opmerking verdient nog dat ook indien het besluit als zodanig geen aan Auditrade toe te rekenen onrechtmatige daad zou […]”

r.o. 3.3.2

Gegevens

Bekend als
Nimox/Auditrade
ECLI
ECLI:NL:HR:1991:ZC0401
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
8 november 1991
Datum publicatie
6 mei 2020
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
2:11 BW, 2:12 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid, Besluitvorming en vernietigbaarheid
Aangesproken
aandeelhouder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 45 van 1991

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.