← Week 19

Hoge Raad · 12 mei 2000

Statutenwijziging stichting: bindend advies Geestelijk Leider getoetst aan redelijkheid en billijkheid

  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Het bestuur van een stichting verzocht om machtiging tot statutenwijziging om de bindende adviesbevoegdheid en het toestemmingsrecht van een Geestelijk Leider te schrappen. De Hoge Raad oordeelt dat die positie het doel van de stichting niet onbereikbaar maakt, omdat de artikelen 2:8 en 2:15 BW bescherming bieden tegen machtsmisbruik. Het cassatieberoep wordt verworpen.

Kernoverwegingen

“Hetgeen het Hof in rov. 5.6 van zijn beschikking heeft overwogen komt hierop neer dat de enkele statutaire positie van de Geestelijk Leider op zichzelf niet meebrengt dat het doel van de stichting onbereikbaar is, en evenmin een blokkade oplevert voor het optimaal functioneren van de stichting en het bestuur, en dat het in feite erom gaat op welke wijze de Geestelijk Leider zijn bevoegdheid tot het geven van bindend advies uitoefent. Met betrekking tot dit laatste heeft het Hof vastgesteld dat de Geestelijk Leider zijn statutaire bevoegd-heid niet heeft gebruikt en heeft verklaard dit alleen in noodsituaties te zullen doen, in welke gevallen de art. 2:8 en 2:15 BW waarborgen bieden tegen mogelijk machtsmisbruik door de Geestelijk Leider. In deze overwegingen ligt besloten dat het Hof het betoog van het bestuur heeft verworpen dat reeds de persoon en de opvattingen van de Geestelijk Leider kunnen leiden tot een zodanige invloed op de bestuursleden dat zij anders handelen en beslissen dan strookt met de statutaire doelstellingen van de stichting. Deze oordelen en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen geven niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en zijn zozeer verweven met waarderingen van feitelijke aard dat zij in cassatie voor het overige niet op juistheid kunnen worden getoetst. Zij zijn niet onbegrijpelijk noch onvoldoende gemotiveerd. De onderdelen 3, 4 en 5 zijn derhalve tevergeefs voorgesteld. 3.4 Zoals onderdeel 6 zelf al als mogelijk veronderstelt, blijkt […]”

r.o. 3.3

“Zoals onderdeel 6 zelf al als mogelijk veronderstelt, blijkt uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep dat World Islamic Mission en [verweerder 1] de stelling van het bestuur dat absolute macht binnen de moskee in strijd is met de islam, hebben weersproken. Voor zover het onderdeel aanvoert dat deze betwisting niet tot de processtukken valt te herleiden, mist het derhalve feitelijke grondslag. Het Hof heeft een oordeel over de hiervoor weergegeven stelling achterwege gelaten, daartoe overwegende dat het niet aan het Hof is te treden in geloofskwesties. Voor zover het onderdeel strekt ten betoge dat het hier niet om een geloofskwestie maar om een feitelijke kwestie gaat, is het eveneens tevergeefs voorgesteld. De zienswijze van het Hof is niet on-begrijpelijk, nu het Hof kennelijk is uitgegaan van de voor de hand liggende opvatting dat beoordeling van de stelling zou nopen tot interpretatie van de islam. Anders dan het onderdeel aanvoert brengt dit niet de onbegrijpelijkheid mee van 's Hofs oordeel in rov. 5.6 van zijn beschikking dat bindende adviezen van de Geestelijk Leider op de voet van art. 2:8 en 2:15 BW aan de redelijkheid en billijkheid kunnen worden getoetst. Aan het bestaan van deze mogelijkheid doet niet af dat zich gevallen kunnen voordoen waarin de omstandigheid dat het bindend advies geloofskwesties betreft, geheel of ten dele aan deze toetsing in de weg staat. 3.5 De in onderdeel 7 aangevoerde klacht dat het Hof de overgelegde verklaringen […]”

r.o. 3.4

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2000:AA5779
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
12 mei 2000
Datum publicatie
13 augustus 2001
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:294 BW, 2:8 BW, 2:15 BW
Thema
Vereniging, stichting en coöperatie, Besluitvorming en vernietigbaarheid
Weekoverzicht
Week 19 van 2000

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.