← Week 20

Hoge Raad · 19 mei 2000

Artikel 2:207c BW en bewijslast bij waardering B.V.-aandelen op basis van bod

  • Overig Boek 2
  • Aandelenwaardering
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Bij de verdeling van een huwelijksgoederengemeenschap gaat het om de waardering van aandelen in een B.V. aan de hand van het bod van derden, waarvan de financiering volgens één van de ex-echtgenoten in strijd zou zijn met het verbod van financiële bijstand in artikel 2:207c BW. De Hoge Raad oordeelt dat de partij die zich op het bod beroept, moet stellen en zo nodig bewijzen dat het bod met een toegestane financiering gestand kan worden gedaan. De beschikking van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen.

Kernoverwegingen

“Het gaat in cassatie om het volgende. Bij beschikking van de Rechtbank van 15 oktober 1997 is tussen de man en de vrouw echtscheiding uitgesproken en is de beslissing inzake de boedelverdeling aangehouden. Deze beschikking is op 25 februari 1998 ingeschreven. Bij beschikking van 28 januari 1998 is de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vastgesteld. Daarbij heeft de Rechtbank de aandelen in de besloten vennootschap Ribru B.V. toegedeeld aan de vrouw tegen een waarde van ƒ 460.000,--. De Rechtbank baseerde deze waarde op de door de vrouw aangevoerde omstandigheid dat de twee zonen van partijen bereid zijn dit pakket voor een prijs van ƒ 460.000,-- over te nemen. In hoger beroep hebben zowel de man als de vrouw verzocht om de bedoelde aandelen toe te delen aan de man. Volgens de vrouw diende dit te geschieden voor het door de Rechtbank bepaalde bedrag, volgens de man voor een lager bedrag. Het Hof heeft het aandelenpakket toegedeeld aan de man voor een waarde van ƒ 460.000,--. Het Hof overwoog daartoe het volgende (waarbij de Hoge Raad een kennelijke schrijffout in rov. 2 verbeterd weergeeft): “1. De partijen zijn het eens over toebedeling van de aandelen in Ribru B.V. aan de man. 2. De man heeft bestreden dat voor de waarde van die aandelen mag worden aangeknoopt bij een bod van de zonen van de partijen, aanvoerende dat dezen blijkens een overgelegd financieringsvoorstel hun bod slechts kunnen financieren in strijd met de wet, namelijk met artikel 2:207c BW. Het hof […]”

r.o. 3.1

“Tussen partijen is terecht niet in geschil dat in een dergelijk geval voor de bepaling van de waarde van aandelen in een besloten vennootschap in beginsel aansluiting kan worden gezocht bij de prijs die daarvoor door derden wordt geboden. In het onderhavige geval heeft de vrouw aangevoerd dat de waarde van de aandelen van Ribru B.V. op een hoger bedrag moest worden gesteld dan volgens de man juist was, zulks op de grond dat de zonen van partijen bereid waren dat bedrag voor de aandelen te betalen en daarvoor de nodige financiering konden verkrijgen. De bewijslast voor deze stelling rustte - bij voldoende gemotiveerde betwisting door de man - op de vrouw. De man heeft bestreden dat dit bod een goede basis vormde voor de waardebepaling, zulks op de grond dat dit bod afhankelijk was van een bankfinanciering die niet verkregen kon worden zonder dat in strijd met art. 2:207c lid 1 BW zou worden gehandeld. Het Hof heeft dit verweer kennelijk voorshands gegrond geoordeeld. ’s Hofs oordeel dat niettemin aan het verweer voorbijgegaan moet worden aangezien de man niet tevens heeft gesteld dat en waarom financiering van het bod van de zonen niet kan geschieden door middel van een lening van de vennootschap binnen de grenzen van lid 2 van artikel 2:207c, miskent dat het - naar uit het hiervoor overwogene volgt - aan de vrouw was om, indien daarvoor gronden waren, te stellen en, zo nodig, te bewijzen dat de zonen bereid en in staat waren om het bod met een andere, wel toegestane […]”

r.o. 3.2

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2000:AA5867
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
19 mei 2000
Datum publicatie
13 augustus 2001
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:207c BW
Thema
Overig Boek 2, Aandelenwaardering
Weekoverzicht
Week 20 van 2000

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.