Hoge Raad · 2 november 2001
Ontbinding van drie stichtingen wegens onvoldoende vermogen; cassatieberoep verworpen (artikel 101a RO)
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een stichting en een gemeente verzochten drie stichtingen te ontbinden op grond van artikel 2:301 BW, omdat zij onvoldoende vermogen hadden en hun statutaire doel niet meer konden bereiken. Rechtbank en hof wezen dit toe. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een van de bestuurders met een korte motivering op grond van artikel 101a RO.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SSCW en de Gemeente begroot op ƒ 525,-- aan verschotten en ƒ 2.500,-- voor salaris. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, J.B. Fleers en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 2 november 2001.”
r.o. 3