← Week 22

Hoge Raad · 28 mei 2004

Bestuurder persoonlijk aansprakelijk na aanvragen eigen faillissement om werknemer te ontlopen

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een werknemer vorderde schadevergoeding van de bestuurder en indirect enig aandeelhouder van zijn werkgever-bv, omdat die het eigen faillissement van de bv had aangevraagd en de activiteiten vervolgens in een vof zonder de werknemer voortzette. De Hoge Raad bevestigt dat het hof kon oordelen dat de bevoegdheid tot faillissementsaanvraag voor een ander doel is gebruikt en dat de bestuurder daarvoor persoonlijk aansprakelijk is. Het cassatieberoep wordt verworpen.

Kernoverwegingen

“Onderdeel C.2 keert zich tegen rov. 4.3.5 van het bestreden arrest. Het behelst in de eerste plaats de rechtsklacht dat het hof een onjuiste maatstaf heeft aangelegd ter beoordeling van de vraag of het aanvragen van het eigen faillissement door Digicolor als misbruik van recht (of als onrechtmatig jegens [verweerder] als werknemer) kan worden gekwalificeerd. Betoogd wordt dat de enkele omstandigheid dat bij het besluit tot aanvraag van het faillissement willens en wetens op de koop toe is genomen dat daardoor in ernstige mate afbreuk werd gedaan aan de arbeidsrechtelijke bescherming van [verweerder] als werknemer, geen misbruik van recht of een onrechtmatige daad vormt en dat het desbetreffende besluit jegens [verweerder] slechts onrechtmatig kan zijn indien dat besluit uitsluitend of hoofdzakelijk is genomen met het oogmerk om afbreuk te doen aan de ontslagbescherming van [verweerder]. Het onderdeel verbindt daaraan de motiveringsklacht dat het hof ook niet heeft kunnen vaststellen dat aan die laatste maatstaf is voldaan, nu het de stellingen van [eiser], als weergegeven in rov. 4.3.2 (zie hiervoor in 3.3.2) in het midden heeft gelaten. 3.5.3 Het hof heeft, blijkens rov. 4.3.5, de handelwijze van [eiser] onrechtmatig geoordeeld in het licht van de eerder, in rov. 4.3.1 tot 4.3.4 van het arrest genoemde omstandigheden, die zich aldus laten samenvatten: (a) [eiser] bezat de volledige zeggenschap in zowel Digicolor als Chardimar; (b) op 4 februari 1998 was het verzoek van […]”

r.o. 3.5.2

“Het hof heeft, blijkens rov. 4.3.5, de handelwijze van [eiser] onrechtmatig geoordeeld in het licht van de eerder, in rov. 4.3.1 tot 4.3.4 van het arrest genoemde omstandigheden, die zich aldus laten samenvatten: (a) [eiser] bezat de volledige zeggenschap in zowel Digicolor als Chardimar; (b) op 4 februari 1998 was het verzoek van Digicolor tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] door de kantonrechter afgewezen; (c) op of kort voor 10 maart 1998 heeft [eiser]/Digicolor besloten geen gebruik te maken van de Digicolor ten dienste staande kredietfaciliteiten en het faillissement aan te vragen met een beroep op de financiële positie van de vennootschap, bepaald door haar negatieve vermogen, aanhoudende verliezen en lege orderportefeuille, alsmede de door de fiscus bij de kredietverlening door Chardimar geplaatste vraagtekens; (d) [eiser]/Chardimar beweerde geen toekomst meer voor de activiteiten van Digicolor te zien; (e) zeven dagen na de faillietverklaring van Digicolor is [eiser]/Chardimar een v.o.f. aangegaan met de zoon van [eiser], waarin (nagenoeg) dezelfde activiteiten worden uitgeoefend als in Digicolor, doch zonder dat [verweerder] daarbij als werknemer betrokken was; (f) het financiële risico dat Chardimar als hoofdelijk aansprakelijke vennoot in de v.o.f. liep, indien mocht blijken dat er inderdaad voor de activiteiten van Digicolor geen toekomst meer bestond, was groter dan het financiële risico dat zij liep indien zij zich hoofdelijk […]”

r.o. 3.5.3

“Mede gelet op rov. 4.3.1 moet het oordeel van het hof kennelijk aldus worden begrepen dat het faillissement weliswaar door Digicolor is aangevraagd, doch dat de hiervoor in 3.5.3 vermelde handelwijze geheel in gang is gezet door en voor rekening moet komen van haar bestuurder [eiser] als de persoon die de zeggenschap in Digicolor had. Het hof heeft het onderscheid tussen Digicolor en [eiser] aldus onderkend, zodat de klacht feitelijke grondslag mist en derhalve niet tot cassatie kan leiden. 3.7 Onderdeel C.4 bouwt voort op de onderdelen C.2 en C.3 en deelt het lot daarvan. 4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein en E.J. Numann, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 28 mei 2004.”

r.o. 3.6.2

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2004:AP0084
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
28 mei 2004
Datum publicatie
28 mei 2004
Spoor
Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW, 7:663 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 22 van 2004

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.