← Week 14

Hoge Raad · 8 april 2005

Verstek geweigerd bij aansprakelijkstelling bestuurder door Ontvanger wegens ontbrekende betekening onder EG-Betekeningsverordening

  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Art. 6:162 BW
  • Zijdelings

Samenvatting

De Ontvanger stelt een in het Verenigd Koninkrijk woonachtige formeel bestuurder aansprakelijk, primair op grond van de Invorderingswet en subsidiair uit onrechtmatige daad. De Hoge Raad weigert verstek omdat de cassatiedagvaarding niet volgens de EG-Betekeningsverordening is betekend. De onrechtmatige-daadvordering is een burgerlijke zaak in de zin van die verordening, en splitsing van de zaak naar grondslag is te gekunsteld. Over de aansprakelijkheid zelf wordt niet inhoudelijk beslist.

Kernoverwegingen

“Geen twijfel kan erover bestaan dat een vordering op de grondslag van onrechtmatige daad als bedoeld in art. 6:162 BW, zoals in dit geding door de Ontvanger subsidiair ingesteld, een burgerlijke of handelszaak betreft in de zin van de verschillende communautaire regelingen. De overheid handelt bij het instellen van een dergelijke vordering immers niet krachtens overheidsbevoegdheid, maar krachtens een bevoegdheid die iedere burger aan het civiele recht kan ontlenen. 2.4 Nu de zaak ten aanzien van de subsidiaire grondslag derhalve onder het toepassingsgebied van de EG-Betekeningsverordening valt en de dagvaarding niet met inachtneming van die verordening aan [verweerder] is betekend, moet het gevraagde verstek worden geweigerd, tenzij anders zou moeten worden geoordeeld in verband met de omstandigheid dat de Ontvanger zijn vordering primair baseert op art. 36 lid 3 Iw 1990. Dat is evenwel niet het geval. 2.5 Tegen de achtergrond van het in 2.2 overwogene is redelijkerwijs niet voor twijfel vatbaar dat de eiser in een burgerlijke of handelszaak die zaak niet in haar geheel buiten het toepassingsgebied van de EG-Betekeningsverordening kan brengen door in de dagvaarding mede (in cumulatieve, alternatieve of subsidiaire zin) een buiten het toepassingsgebied van de verordening vallende (grondslag van de) vordering op te nemen, omdat daarmee de waarborgen die de verordening beoogt te bieden op het punt van de betekening van de dagvaarding op eenvoudige wijze zouden kunnen worden […]”

r.o. 2.3

“In deze zaak bestaat echter geen grond voor het stellen van prejudiciële vragen. Ook als de verordening het maken van een splitsing als hiervóór bedoeld op zich zelf zou toelaten, zou - naar redelijkerwijs niet valt te betwijfelen - voor een dergelijke splitsing in het onderhavige geval geen plaats zijn. De Ontvanger ontleent de primaire grondslag van zijn vordering aan de specifieke aansprakelijkheidsbepalingen van de eerste afdeling van hoofdstuk VI van de Iw 1990, maar doet de subsidiaire grondslag van onrechtmatige daad steunen op dezelfde feiten als die waarop de primaire vordering is gebaseerd. De beschikking waarin [verweerder] aansprakelijk is gesteld, houdt immers in dat "bovengenoemde feiten en omstandigheden, jegens de ontvanger als schuldeiser, de conclusie wettigen dat sprake is van onrechtmatig handelen zoals bedoeld in artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Voormelde onrechtmatige handelwijze dient aan u als formele bestuurder van belastingschuldige te worden toegerekend." Bij een dergelijke stellingname is het splitsen van de zaak dermate gekunsteld dat de beslissing de betekening van de dagvaarding toch, voor een mogelijk niet onder het toepassingsgebied vallend deel van (de grondslag van) de vordering, als geldig te beschouwen, daarop niet kan worden gebaseerd. Daarbij is nog in aanmerking te nemen dat de Nederlandse rechter niet is gebonden aan de door de eiser aangegeven volgorde van de grondslagen, en de vrijheid heeft de primaire grondslag buiten […]”

r.o. 2.6

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2005:AR7930
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
8 april 2005
Datum publicatie
8 april 2005
Spoor
Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Weekoverzicht
Week 14 van 2005

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.