← Week 25

Hoge Raad · 24 juni 2005

Kosten enquêteonderzoek na faillissement zijn niet automatisch boedelschuld

  • Enquêterecht
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Na het faillissement van een vennootschap hadden aandeelhouders een enquêteonderzoek verkregen en verzochten zij de OK de curator te verplichten zekerheid te stellen voor de onderzoekskosten. De Hoge Raad oordeelt dat de kosten van artikel 2:350 lid 3 BW niet zonder meer boedelschuld zijn. De curator beslist zelf, onder toezicht van de rechter-commissaris, of hij boedelmiddelen aanwendt; de OK heeft daarin geen taak. Het verzoek van de aandeelhouders is niet-ontvankelijk.

Kernoverweging

“De opvatting van de ondernemingskamer dat de kosten als bedoeld in art. 2:350 lid 3 BW zonder meer als boedelschuld hebben te gelden in het faillissement van de rechtspersoon ten aanzien waarvan na zijn faillietverklaring een onderzoek als bedoeld in art. 2:345 BW is bevolen, is onjuist. Noch de tekst van art. 2:350 lid 3 BW noch ook de geschiedenis van de totstandkoming van die bepaling biedt daarvoor enig aanknopingspunt. De door de ondernemingskamer in aanmerking genomen omstandigheid dat de verplichting van de rechtspersoon om die kosten te betalen een rechtstreeks uit de wet voortvloeiend gevolg is van de - ook in geval van het faillissement van de rechtspersoon mogelijke - rechterlijke beslissing dat een onderzoek dient plaats te vinden en de rechterlijke vaststelling van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten, brengt evenmin mee dat die verplichting een rechtstreeks uit de wet voortvloeiende boedelschuld is. De curator van een failliet verklaarde rechtspersoon kan derhalve zelf, onder toezicht van de rechter-commissaris, beslissen in hoeverre hij in het kader van de hem in art. 68 F. opgedragen taak middelen uit de boedel wil gebruiken om daarmee de kosten van het onderzoek te bestrijden. Indien de curator daartoe niet bereid is, kan de aanvrager van het onderzoek, teneinde de uitvoering daarvan niet in gevaar te brengen, ervoor kiezen die kosten voor eigen rekening te nemen. Ook kunnen de in art. 69 F. genoemde personen proberen een bevel van de […]”

r.o. 3.4

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2005:AT6025
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
24 juni 2005
Datum publicatie
24 juni 2005
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:350 BW, 2:345 BW
Thema
Enquêterecht
Weekoverzicht
Week 25 van 2005

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.