Hoge Raad · 13 oktober 2006
Accountantsaansprakelijkheid Vie d'Or: goedkeurende verklaringen jaarrekening en collectieve actie
- Jaarrekening
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Samenvatting
Een stichting voor gedupeerde polishouders van een failliete levensverzekeraar spreekt de accountants aan wegens onrechtmatig handelen bij de controle van de jaarrekeningen. Boek 2 speelt slechts een rol als feitelijk gegeven, namelijk dat de accountants goedkeurende verklaringen afgaven op grond van artikel 2:393 (oud) BW. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof, onder meer omdat de zorgvuldigheidsnorm en het causaal verband onvoldoende zijn onderzocht en gemotiveerd.
Kernoverweging
“In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. (i) N.V. Levensverzekeringsmaatschappij Vie d'Or (hierna: Vie d'Or) is op 20 september 1985 opgericht en oefende vanaf 1 november 1985 het levensverzekeringsbedrijf uit. Sinds 26 februari 1988 geschiedde dat, na invoering van de desbetreffende vergunningplicht, krachtens een vergunning als bedoeld in de, in de onderhavige zaak toepasselijke, tot 1 juli 1994 geldende, Wet toezicht verzekeringsbedrijf (Wet van 27 juni 1990 tot wijziging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf, Stb. 341; hierna: Wtv), verleend door de Verzekeringskamer. De Verzekeringskamer was tot 1 september 1992 een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan, vanaf die datum een privaatrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan en is met ingang van 1 januari 2005 door een juridische fusie opgegaan in De Nederlandsche Bank N.V. (ii) Vanaf de oprichting van Vie d'Or tot 1 november 1993 was [betrokkene 5] bestuurder van Vie d'Or en geruime tijd ook enig aandeelhouder. In de loop van de tijd is het aandelenbelang van [betrokkene 5] gedaald als gevolg van het toetreden van nieuwe aandeelhouders. (iii) Vie d'Or richtte zich bij de aanvang van haar activiteiten op een beperkte groep van vermogende particulieren. In de jaren 1989 tot en met 1991 is het aantal door haar aangegane verzekeringsovereenkomsten na een intensieve marktbewerking explosief gegroeid. Het premie-inkomen steeg van 1987 tot 1991 van ƒ 6 mln naar ƒ 154 mln. (iv) De constructie van sommige van de […]”
r.o. 3.1