Hoge Raad · 2 juni 2006
Persoonlijke aansprakelijkheid enig bestuurder voor onbetaalde facturen; cassatieberoep verworpen
- Aansprakelijkheid afgewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een leverancier sprak de enig bestuurder en aandeelhouder van een afnemende vennootschap, later diens erven, persoonlijk aan wegens onrechtmatig handelen bij onbetaald gebleven facturen. De rechtbank en het hof wezen de vordering af. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 RO, zonder inhoudelijke motivering.
Kernoverweging
“[Verweerster 3], wonende te [woonplaats], VERWEERSTERS in cassatie, advocaat: mr. G.R. van der Plas. 1. Het geding in feitelijke instanties Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 10 november 1989 [betrokkene 1], wonende te [woonplaats] - verder te noemen: [betrokkene 1] - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [betrokkene 1] te veroordelen aan [eiseres] te betalen een bedrag van ƒ 167.812,04 (ofwel € 76.149,78), vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening. [Betrokkene 1] heeft de vordering bestreden. Na overlijden van [betrokkene 1] op 21 februari 1990 hebben verweersters in cassatie - verder te noemen: de erven [betrokkene 1] - verder geprocedeerd tegen [eiseres]. De rechtbank heeft bij vonnis van 19 januari 1991 de vordering afgewezen. Tegen het vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. De erven [betrokkene 1] hebben geen memorie van antwoord genomen, waarop desgevraagd door [eiseres] een akte non-conclusie is verkregen en heeft [eiseres] recht op stukken verzocht. Bij arrest van 4 mei 2004 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht. 2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt […]”
r.o. 3