Hoge Raad · 29 september 2006
Misbruik van meerderheidsmacht bij besluiten ledenvergadering coöperatieve vereniging van appartementseigenaren (Aruba)
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Appartementseigenaren op Aruba vorderen schorsing en nietigverklaring van besluiten van de ledenvergadering van hun coöperatieve vereniging, waarin een gelieerde meerderheidseigenaar met de aan haar toegekende stemmen een managementovereenkomst, een geldlening en de benoeming van het bestuur doordrukte. De Hoge Raad oordeelt dat stemmen in beginsel bij elk besluit mogen worden uitgebracht, maar dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een managementfee van 10% in plaats van het marktconforme percentage en de gestelde te hoge rente niet in strijd zijn met redelijkheid en billijkheid. Ook had het hof moeten ingaan op een stelling over een statutair woonplaatsvereiste. De zaak wordt verwezen.
Kernoverwegingen
“Het onderdeel klaagt dat het hof heeft miskend dat Elmsford de 756 stemmen die aan de spa/gym verbonden zijn, heeft gebruikt voor een ander doel dan waarvoor zij bestemd waren. Het onderdeel faalt omdat het hof terecht heeft geoordeeld dat stemrechten naar hun aard in beginsel kunnen worden gebruikt bij de totstandkoming van elk besluit en dat derhalve de enkele omstandigheid dat de 756 stemmen aan Elmsford zijn toegekend opdat zij ongestoord de derde en vierde fase zou kunnen ontwikkelen er niet toe kan leiden dat die stemmen alleen gebruikt zouden mogen worden om dat belang te dienen. 3.4 Onderdeel 3 richt motiveringsklachten tegen het oordeel van het hof dat niet valt in te zien dat Elmsford door voor de managementovereenkomst met The Mill Condominium Management N.V. te stemmen zo weinig rekening heeft gehouden met de gerechtvaardigde belangen van de overige appartementseigenaren dat dit in strijd moet worden geacht met de jegens hen in acht te nemen eisen van redelijkheid en billijkheid. Dat wel van zodanige strijd sprake is, hadden [verzoeker] c.s. onder meer daarop gebaseerd dat The Mill Condominium Management N.V., naar in cassatie vaststaat, gelieerd is aan Elmsford en aan haar directeur [betrokkene 1], en dat [verzoeker] c.s. financieel worden benadeeld omdat een managementfee van 10% is overeengekomen in plaats van het in de markt gebruikelijke percentage van ten hoogste 6%. Het onderdeel klaagt terecht dat, mede gelet op het gelieerd zijn van de drie […]”
r.o. 3.3.2
“Onderdeel 3 richt motiveringsklachten tegen het oordeel van het hof dat niet valt in te zien dat Elmsford door voor de managementovereenkomst met The Mill Condominium Management N.V. te stemmen zo weinig rekening heeft gehouden met de gerechtvaardigde belangen van de overige appartementseigenaren dat dit in strijd moet worden geacht met de jegens hen in acht te nemen eisen van redelijkheid en billijkheid. Dat wel van zodanige strijd sprake is, hadden [verzoeker] c.s. onder meer daarop gebaseerd dat The Mill Condominium Management N.V., naar in cassatie vaststaat, gelieerd is aan Elmsford en aan haar directeur [betrokkene 1], en dat [verzoeker] c.s. financieel worden benadeeld omdat een managementfee van 10% is overeengekomen in plaats van het in de markt gebruikelijke percentage van ten hoogste 6%. Het onderdeel klaagt terecht dat, mede gelet op het gelieerd zijn van de drie laatstgenoemden, zonder nadere door het hof niet gegeven motivering niet begrijpelijk is dat het instemmen met een managementfee die ten nadele van andere appartementseigenaren dan Elmsford is vastgesteld op een percentage dat tweederde meer bedraagt dan het in de markt gebruikelijke, geen strijd met voormelde eisen oplevert. De overige in het onderdeel vervatte klachten behoeven geen behandeling. 3.5 Onderdeel 4 richt zich tegen het oordeel van het hof met betrekking tot agendapunt 4, waarbij is besloten een overeenkomst van geldlening aan te gaan. Het hof heeft, samengevat, overwogen dat het besluit om […]”
r.o. 3.4
“Onderdeel 4 richt zich tegen het oordeel van het hof met betrekking tot agendapunt 4, waarbij is besloten een overeenkomst van geldlening aan te gaan. Het hof heeft, samengevat, overwogen dat het besluit om een overeenkomst aan te gaan, inhoudende dat de Vereniging USD 220.000,-- leent van Kargroup Ltd., een aan Elmsford/[betrokkene 1] gelieerde vennootschap, niet vernietigbaar is (rov. 4.10-4.12). Het onderdeel klaagt onder meer dat het hof geen aandacht heeft besteed aan de volgens [verzoeker] c.s. essentiële stelling dat de lening een te hoge rente kent waardoor Elmsford wordt bevoordeeld ten koste van de overige appartementseigenaren. De klacht, volgens welke deze stelling van belang kan zijn voor het antwoord op de vraag of het besluit met betrekking tot de overeenkomst van geldlening vernietigbaar is, is terecht voorgesteld. Indien komt vast te staan dat de overeengekomen rente hoger is dan in de markt gebruikelijk, valt immers niet uit te sluiten dat Elmsford wordt bevoordeeld ten koste van de overige appartementseigenaren en dat zulks de conclusie rechtvaardigt dat dat besluit in strijd is met de eisen van redelijkheid en billijkheid dan wel is totstandgekomen door misbruik van meerderheidsmacht. De overige klachten van het onderdeel behoeven geen behandeling. 3.6.1 Onderdeel 5 strekt onder meer ten betoge dat het hof ten onrechte is voorbijgegaan aan de stelling van [verzoeker] c.s. dat de benoeming van [betrokkene 4] in strijd is met art. 20 lid 1 van de statuten, […]”
r.o. 3.5