Hoge Raad · 10 november 2006
Ontvanger tegen bestuurder: onrechtmatige overdracht onderneming om niet, cassatieberoep verworpen (81 RO)
- Aansprakelijkheid toegewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een Ontvanger sprak de bestuurder van een vennootschap in persoon aan wegens onrechtmatig handelen, namelijk de overdracht van de onderneming om niet aan een zustervennootschap, waarna de vennootschap werd geliquideerd. De rechtbank en het hof wezen de vordering toe. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 RO, zodat de aansprakelijkheid van de bestuurder in stand blijft.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ontvanger begroot op € 1.341,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 10 november 2006.”
r.o. 3