Hoge Raad · 8 december 2006
Onbevoegde vertegenwoordiging en tegenstrijdig belang; garantstelling moedervennootschap (artikel 81 RO)
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een verhuurder vorderde van de moedervennootschap van zijn huurder vergoeding van de schade door ontbinding van de huurovereenkomst, op grond van garantstelling. Volgens de inhoudsindicatie speelden onbevoegde vertegenwoordiging en tegenstrijdig belang (artikel 2:256 BW) een rol. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 RO, zodat de toewijzing door het hof in stand blijft.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt Industries in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Interpolis begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop, E.J. Numann, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 december 2006.”
r.o. 3