Hoge Raad · 8 juni 2007
Ontslag stichtingsbestuurder artikel 2:298 BW; berusting en niet-ontvankelijkheid in cassatie
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Samenvatting
Het openbaar ministerie verzocht op grond van artikel 2:298 BW om ontslag van de bestuurders van een stichting wegens wanbeheer; het hof wees dit verzoek voor een bestuurder af. In cassatie draait het vooral om berusting: de Hoge Raad komt terug van eerdere rechtspraak en oordeelt dat de rechter niet ambtshalve de niet-ontvankelijkheid wegens berusting uitspreekt, maar alleen als de wederpartij zich tijdig op berusting beroept. Het principale beroep wordt met artikel 81 RO verworpen, het incidentele beroep is niet-ontvankelijk.
Kernoverweging
“Beoordeling van het principale beroep De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gelet op art. 81 RO en in het licht van hetgeen is overwogen in de tussen [betrokkene 1] en het openbaar ministerie gegeven beschikking HR 20 april 2007, nr. R06/003, NJ 2007, 241, ten aanzien van middel I, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 5. Beslissing De Hoge Raad: in het principale beroep: verwerpt het beroep; veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het openbaar ministerie begroot op € 336,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris; in het incidentele beroep: verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in zijn beroep; veroordeelt het openbaar ministerie in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verzoekster] begroot op € 45,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris. Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 juni 2007.”
r.o. 4