← Week 25

Hoge Raad · 20 juni 2008

Begroting boedeltekort in schadestaatprocedure na veroordeling ex artikel 2:248 lid 5 BW

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Na een veroordeling van een bestuurder op grond van artikel 2:248 BW wordt het boedeltekort in een schadestaatprocedure begroot. De Hoge Raad oordeelt dat de begroting gebaseerd moet zijn op de schulden die niet uit de overige baten kunnen worden voldaan, aan de hand van de te verwachten uitdelingslijst. Kritiek van de bestuurder op het boedelbeheer van de curator beïnvloedt die begroting niet. Het hof had daarom het tekort niet mogen verlagen op die gronden.

Kernoverwegingen

“De onderdelen 1 en 1.1 klagen, kort gezegd, dat het hof de aard van de schadestaatprocedure in vervolg op een veroordeling op de voet van art. 2:248 lid 5 BW heeft miskend door bij de begroting van het tekort waarvoor [verweerder] aansprakelijk is correcties toe te passen in verband met punten van kritiek op het boedelbeheer van de curator. Deze klacht is gegrond. Het tekort waarvoor de bestuurder ingevolge art. 2:248 lid 1 aansprakelijk is moet, ook bij toepassing van art. 2:248 lid 5, begroot worden op het bedrag van de schulden voorzover die niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan. Die begroting behoort, in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever zoals die valt af te leiden uit de parlementaire geschiedenis van art. 2:248 als vermeld in de nrs. 3.2-3.10 van de conclusie van de Advocaat-Generaal, te worden gebaseerd op de te verwachten (slot)uitdelingslijst aan de hand waarvan immers de omvang kan worden bepaald van de geldsom die naast het overige boedelactief nog nodig is voor de volledige voldoening van de schuldeisers. In een schadestaatprocedure in vervolg op een veroordeling als bedoeld in art. 2:248 lid 5 wordt dan ook, anders dan het hof kennelijk tot uitgangspunt nam, de begroting van het tekort niet beïnvloed door de mate waarin de curator erin slaagt de door de aansprakelijke bestuurder gemaakte aanmerkingen op het boedelbeheer te weerleggen. De onderdelen 1 en 1.1 behoeven voor het overige geen behandeling. Hetzelfde geldt voor […]”

r.o. 3.4

“Opmerking verdient nog dat de wijze waarop een faillissement is afgewikkeld, ingevolge lid 4 van art. 2:248 wel kan bijdragen tot het oordeel van de rechter dat hem het bedrag waarvoor de bestuurders aansprakelijk zijn bovenmatig voorkomt. In de onderhavige zaak heeft het hof evenwel geen toepassing gegeven aan de in dat artikellid aan de rechter gegeven matigingsbevoegdheid. Voorzover de onderdelen 1.2, 1.6, 1.7, 1.9 en 2 ervan uitgaan dat het hof dit laatste wel heeft gedaan, missen zij feitelijke grondslag en kunnen zij reeds daarom niet tot cassatie leiden. Onderdeel 2, dat betoogt dat het hof heeft miskend dat de kosten van een verhaalsprocedure mede behoren tot faillissementskosten die behoren tot het tekort waarvoor de bestuurder aansprakelijk is, slaagt voor het overige op grond van hetgeen hiervoor in 3.4 is overwogen. 4. Beslissing De Hoge Raad: vernietigt de arresten van het gerechtshof te Amsterdam van 14 april 2005 en 26 oktober 2006; verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof te ´s-Gravenhage; veroordeelt [verweerder] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 554,03 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop, A. Hammerstein, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 juni 2008.”

r.o. 3.5

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BC8974
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
20 juni 2008
Datum publicatie
20 juni 2008
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:248 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 25 van 2008

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.