Hoge Raad · 19 december 2008
Bestuurdersaansprakelijkheid boedeltekort; cassatieberoep verworpen op grond van artikel 81 RO
- Aansprakelijkheid toegewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Boek 2 BW
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een curator vorderde van de bestuurders van een failliete besloten vennootschap, onder wie rechtspersonen, hoofdelijke aansprakelijkheid voor het boedeltekort wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur. Het hof bekrachtigde de toewijzing, met beperking tot 600.000 euro. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 RO.
Kernoverweging
“[Eiseres 3], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n Mr. J.A.M. REUSER, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Westland Recycling B.V., wonende en kantoorhoudende te Pijnacker, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. J.W.H. van Wijk. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid [eisers] en de curator; eisers tot cassatie afzonderlijk ook als [eiser 1], [eiseres 2] en [eiseres 3]. 1. Het geding in feitelijke instanties Bij vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 22 december 1999 is Westland Recycling B.V. (hierna: Westland) in staat van faillissement verklaard met benoeming van verweerder in cassatie als curator. De curator heeft bij exploten van 17 april 2001 [eisers] gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, voor recht te verklaren dat [eisers] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het tekort in het faillissement van Westland, met een hoofdelijke veroordeling van [eisers] tot betaling van een voorschot daarop. Daarnaast heeft de curator van [eiser 1] en van [eiseres 2] terugbetaling gevorderd van door Westland aan hen verstrekte leningen, met rente. [Eisers] hebben de vorderingen bestreden. Na een tussenvonnis van 18 september 2002, heeft de rechtbank bij eindvonnis van 21 april 2004 de vorderingen van de curator grotendeels toegewezen. Tegen de vonnissen van de rechtbank hebben [eisers] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij tussenarrest van 27 […]”
r.o. 3