← Week 10

Hoge Raad · 6 maart 2009

Antilliaanse bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement; cassatieberoep verworpen op grond van artikel 81 RO

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

De curator in het faillissement van een Antilliaanse verzekeringsmaatschappij vordert van de voormalige bestuurders en commissarissen vergoeding van de boedelschade wegens ernstig verwijtbaar handelen, op grond van de Antilliaanse bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement (artikel 106 en 116 WvKNA). Het hof verklaart de bestuurders en commissarissen aansprakelijk voor de boedelschade, op te maken bij staat. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 RO, zodat de aansprakelijkheid in stand blijft.

Kernoverweging

“[Eiseres 3] allen wonende [te woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaten: aanvankelijk mr. M. Ynzonides en mr. M.V. Polak, thans mr. R.A.A. Duk t e g e n Mr. Franciscus Johannes VAN DEN BOSCH, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Westward Insurance Company N.V., kantoorhoudende op Curaçao, Nederlandse Antillen, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de curator. 1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 12 juli 2001 ter griffie van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, ingekomen verzoekschrift heeft de curator zich gewend tot dat gerecht en verzocht, kort gezegd en voor zover thans in belang, bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. te verklaren voor recht dat: i.) [eiser] c.s. ieder afzonderlijk en hoofdelijk ernstig verzuim hebben gepleegd in de nakoming van de op hen jegens de verzekeringsmaatschappij Westward Insurance Company N.V. (hierna: Westward) uit hoofde van hun bestuurdersschap, respectievelijk commissariaat van Westward rustende verbintenissen, van welk verzuim hen ernstige verwijten vallen te maken; ii) dat het (niet)handelen van [eiser] c.s. zoals beschreven in het inleidend verzoekschrift kan worden gekwalificeerd als onrechtmatig handelen van ieder van hen jegens alle schuldeisers van - de boedel van - Westward; iii) [eiser] c.s. hoofdelijk en afzonderlijk jegens de […]”

r.o. 3

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BG9909
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
6 maart 2009
Datum publicatie
6 maart 2009
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 10 van 2009

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.