← Week 52

Hoge Raad · 22 december 2009

Hay Group

Faillissement vof na overdracht activiteiten naar Polen; gevolgen voor vennoten

  • Personenvennootschappen
  • Personenvennootschappen

Samenvatting

Een vennootschap onder firma, waarvan de activiteiten waren overgedragen aan een Poolse onderneming van de naar Polen verhuisde vennoten, is failliet verklaard. De Hoge Raad oordeelt dat de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is, omdat de vof bestaat tot de vereffening is voltooid en het centrum van haar voornaamste belangen in Nederland blijft liggen. Ook bestaat geen grond voor een uitzondering op de regel dat het faillissement van een vof dat van de vennoten meebrengt.

Kernoverwegingen

“Ten tijde van de faillissementsaanvraag was van een voltooide vereffening van [eiseres 1] geen sprake en bestond die vennootschap daarom nog. De enkele omstandigheid dat haar bedrijfsactiviteiten al voordien waren overgedragen aan de onderneming die de naar Polen verhuisde vennoten daar hadden opgezet, brengt niet mee dat het centrum van de voornaamste belangen van [eiseres 1] in de zin van art. 3 lid 1 EU-Insolventieverordening niet langer in [plaats] gelegen zou zijn. Het oordeel van het hof dat dit centrum in Nederland is gelegen geeft dus niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is in het licht van het in feitelijke aanleg op dit punt tussen partijen gevoerde debat evenmin onbegrijpelijk, zodat middel I faalt. 3.4 Middel II neemt, gelet op het bepaalde in art. 4 EU-Insolventieverordening, terecht tot uitgangspunt dat de gevolgen van de insolventieprocedure worden beheerst door het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de insolventieprocedure wordt geopend. Anders dan het middel wil, bestaat er echter geen grond voor het zich hier voordoende geval dat de vennoten ten tijde van de faillissementsaanvraag in een andere lidstaat wonen en hun failliet verklaarde Nederlandse vennootschap geen daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten meer uitoefent, een uitzondering te aanvaarden op de regel van Nederlands recht dat het faillissement van een vennootschap onder firma noodwendig het faillissement van haar vennoten meebrengt. Dit betekent dat ook middel II faalt. 4. […]”

r.o. 3.3.2

“Middel II neemt, gelet op het bepaalde in art. 4 EU-Insolventieverordening, terecht tot uitgangspunt dat de gevolgen van de insolventieprocedure worden beheerst door het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de insolventieprocedure wordt geopend. Anders dan het middel wil, bestaat er echter geen grond voor het zich hier voordoende geval dat de vennoten ten tijde van de faillissementsaanvraag in een andere lidstaat wonen en hun failliet verklaarde Nederlandse vennootschap geen daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten meer uitoefent, een uitzondering te aanvaarden op de regel van Nederlands recht dat het faillissement van een vennootschap onder firma noodwendig het faillissement van haar vennoten meebrengt. Dit betekent dat ook middel II faalt. 4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.H. Koster op 22 december 2009.”

r.o. 3.4

Gegevens

Bekend als
Hay Group
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BK3574
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
22 december 2009
Datum publicatie
22 december 2009
Spoor
Personenvennootschappen
Thema
Personenvennootschappen
Weekoverzicht
Week 52 van 2009

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.