Hoge Raad · 17 december 2010
Beloning bestuurders uitsluitend op grond van redelijkheid en billijkheid (art. 81 RO)
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
Samenvatting
De Hoge Raad verwerpt met toepassing van artikel 81 RO het cassatieberoep van twee bestuurders in een zaak over de vraag of een recht op beloning voor bestuurders van een vennootschap uitsluitend uit redelijkheid en billijkheid kan voortvloeien. De klachten nopen niet tot beantwoording van rechtsvragen; een inhoudelijke motivering ontbreekt.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel in het principale beroep De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde. 4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het principale beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 1.866,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 december 2010.”
r.o. 3