← Week 6

Hoge Raad · 11 februari 2011

Ontvanger/Nilarco

Verhaalsschade Ontvanger: bijzondere zorgplicht bestuurder/grootaandeelhouder en bank bij koop tegels uit boedel

  • Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

De Ontvanger vorderde verhaalsschade van een bestuurder/meerderheidsaandeelhouder, diens vennootschap en een bank, omdat de bestuurder via zijn vennootschap tegels uit de failliete boedel kocht en met grote winst doorverkocht. De Hoge Raad oordeelt dat de bijzondere zorgplicht van de bestuurder en grootaandeelhouder blijft rusten, ook als de curator hem slechts als koper benadert, en verwijst naar het hof. Het beroep tegen de bank, die als onafhankelijke kredietverschaffer optrad, wordt verworpen.

Kernoverwegingen

“De rechtbank en het hof hebben de vordering van de Ontvanger afgewezen. Het hof heeft bij de beoordeling van de vordering vooropgesteld dat bij gebreke van een daartegen gerichte grief dient te worden uitgegaan van de door de rechtbank bij de beoordeling van de onrechtmatigheidsvraag gehanteerde maatstaf. Die maatstaf houdt in dat een doen of nalaten onrechtmatig kan zijn indien daarbij onvoldoende rekening is gehouden met de gerechtvaardigde belangen van anderen, dat op partijen met een bijzondere hoedanigheid een extra zorgplicht kan rusten jegens die anderen en dat voormalige bestuurders/(indirect)grootaandeelhouders van een gefailleerde vennootschap en degene(n) die met hen "samenspannen", eerder onrechtmatig handelen dan een willekeurige derde wanneer zij onvoldoende rekening houden met de gerechtvaardigde belangen van de schuldeisers en daardoor de verhaalsmogelijkheden voor die schuldeisers beperken (rov. 3.7). Tegen deze maatstaf is (ook) in cassatie niet opgekomen. Aansprakelijkheid van [verweerder 2] en [verweerster 1]? 3.4 Onderdeel 1 is gericht tegen rov. 3.8, waarin het hof onder meer overwoog dat tussen partijen niet in geschil is dat het dienstverband van [verweerder 2] door opzegging op 31 juli 2001 is beëindigd en dat hij tijdens de verkoop van de tegels statutair directeur was, hetgeen betekent dat hij op het moment dat hij uit de boedel van [A] de ten processe bedoelde partij tegels kocht - in elk geval - voormalig bestuurder van [A] was. Het onderdeel […]”

r.o. 3.3

“Onderdeel 1 is gericht tegen rov. 3.8, waarin het hof onder meer overwoog dat tussen partijen niet in geschil is dat het dienstverband van [verweerder 2] door opzegging op 31 juli 2001 is beëindigd en dat hij tijdens de verkoop van de tegels statutair directeur was, hetgeen betekent dat hij op het moment dat hij uit de boedel van [A] de ten processe bedoelde partij tegels kocht - in elk geval - voormalig bestuurder van [A] was. Het onderdeel wordt voorgesteld voor het geval deze oordelen aldus moeten worden gelezen dat naar het oordeel van het hof niet is komen vast te staan dat [verweerder 2] op het moment dat hij via [verweerster 1] de partij tegels uit de boedel van [A] kocht, nog steeds bestuurder van [A] was in de zin van boek 2 BW. Het onderdeel kan wegens gemis aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. Het hof heeft met deze overweging - en ook elders waar [verweerder 2] wordt aangeduid als "(voormalig) bestuurder" - tot uitdrukking gebracht dat de arbeidsrelatie van [verweerder 2] als bestuurder van [A] weliswaar was beëindigd, doch dat [verweerder 2] vennootschapsrechtelijk nog steeds bestuurder van [A] was. 3.5.1 De onderdelen 2 en 3 zijn gericht tegen de rov. 3.9 - 3.14, waarin het hof als volgt heeft overwogen: (a) Partijen verschillen van mening over de beant-woording van de vraag in welke hoedanigheid [verweerder 2] geacht moet worden de partij tegels uit de boedel van [A] te hebben gekocht. Indien juist is de stelling van de Ontvanger dat de curator […]”

r.o. 3.4

“In de bestreden overwegingen heeft het hof beoordeeld of [verweerder 2] in strijd heeft gehandeld met een op hem als bestuurder en meerderheidsaandeelhouder van [A] rustende bijzondere zorgplicht zoals door het hof omschreven in rov. 3.7 (zie hiervoor in 3.3). Het hof heeft voor de beantwoording van die vraag kennelijk beslissend geacht in welke hoedanigheid [verweerder 2] met betrekking tot de voorgenomen verkoop van de tegels door de curator is benaderd: hetzij "als (voormalig)bestuurder", in welk geval volgens rov. 3.10 een bijzondere zorgplicht op hem rust, hetzij "als zakenman/handelaar/deelnemer aan het handelsverkeer", in welk geval [verweerder 2] volgens rov. 3.12 "niet de bijzondere zorgplicht in acht behoefde te nemen die op hem in zijn hoedanigheid van (voormalig) bestuurder van [A] rust". Aldus heeft het hof miskend dat de bijzondere hoedanigheid van bestuurder en grootaandeelhouder - die ingevolge de in rov. 3.7 (zie hiervoor in 3.3) vermelde maatstaf tot een extra zorgplicht kan leiden - op [verweerder 2] blijft rusten, ook als hij (zoals door het hof onbestreden is vastgesteld) door de curator is benaderd met (slechts) het verzoek om de partij tegels te kopen. Het hof is derhalve op onjuiste gronden niet toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van de vraag of [verweerder 2] als statutair bestuurder en meerderheidsaandeelhouder van [A] in strijd heeft gehandeld met de in rov. 3.7 omschreven zorgplicht jegens de Ontvanger. Die beoordeling is afhankelijk van […]”

r.o. 3.5.3

Gegevens

Bekend als
Ontvanger/Nilarco
ECLI
ECLI:NL:HR:2011:BO9577
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
11 februari 2011
Datum publicatie
11 februari 2011
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW, 7:401 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
beide
Uitkomst aansprakelijkheid
aangehouden/tussenuitspraak
Weekoverzicht
Week 6 van 2011

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.