Hoge Raad · 24 juni 2011
Verzet schuldeiser tegen vereffeningsplan; verjaring vordering onrechtmatige daad; artikel 81 RO
- Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een schuldeiser kwam in verzet tegen de rekening en verantwoording en het plan van verdeling van een vennootschap in liquidatie (artikel 2:23b lid 5 BW). Volgens de inhoudsindicatie ging het om niet-ontvankelijkheid wegens verjaring van een gestelde vordering uit onrechtmatige daad. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 RO, zonder nadere motivering.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 745,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 juni 2011.”
r.o. 3