Hoge Raad · 10 juni 2011
Verzoek tot ontslag stichtingsbestuurder; cassatieberoep verworpen op grond van artikel 81 RO
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
In deze zaak ging het om een verzoek tot ontslag van een bestuurder van een stichting op grond van de artikelen 2:298 en 2:299 BW. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de bekrachtigende beschikking van het hof met een verwijzing naar artikel 81 RO, omdat de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Kernoverweging
“[Verzoekster 3], wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. H.J.W. Alt, t e g e n [Verweerster], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. N.T. Dempsey. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en [verweerster]. 1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 359113/HA RK 06-1015 van de rechtbank Amsterdam van 31 mei 2007; b. de beschikking in de zaak 106.011.681/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 20 april 2010. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht. 2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. [Verweerster] heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping. 3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [verzoeker] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 308,38 aan verschotten en € 1.800,-- […]”
r.o. 3