Hoge Raad · 25 mei 2012
Enquête: beschikking aanmerken als belanghebbende is tussenbeschikking; cassatieberoep niet-ontvankelijk
- Enquêterecht
- Boek 2 BW
Samenvatting
In een enquêteprocedure heeft de OK een stichting aangemerkt als belanghebbende. De Hoge Raad oordeelt dat deze beslissing jegens alle partijen een tussenbeschikking is. Omdat de OK tussentijds cassatieberoep niet heeft opengesteld, is de vennootschap niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep.
Kernoverweging
“In art. 426 lid 4 Rv. in verbinding met art. 401a lid 2 Rv. wordt bepaald dat van een tussenbeschikking beroep in cassatie slechts kan worden ingesteld tegelijk met dat van de eindbeschikking, tenzij de rechter anders heeft bepaald. In de bestreden beschikking heeft de ondernemingskamer beslist dat de Stichting, overeenkomstig haar verzoek, moet worden aangemerkt als belanghebbende in deze procedure. Deze beschikking levert jegens alle partijen bij de procedure een tussenbeschikking op. Nu het verzoek van Fortis tot het tussentijds instellen van beroep in cassatie tegen die beschikking door de ondernemingskamer is afgewezen, kan Fortis niet in haar beroep worden ontvangen. 5. Beslissing De Hoge Raad: verklaart Fortis niet-ontvankelijk in haar beroep; veroordeelt Fortis in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting c.s. begroot op € 755,38 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, W.D.H. Asser, A.H.T. Heisterkamp en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 25 mei 2012.”
r.o. 4.3