← Week 13

Hoge Raad · 29 maart 2013

Chinese Workers

Enquêtebevoegdheid van middellijk aandeelhouder via buitenlandse houdstervennootschap

  • Enquêterecht
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een middellijk aandeelhoudster van een Nederlandse bv, die haar aandelen houdt via een vennootschap naar het recht van Hong Kong, verzoekt een enquête. De Hoge Raad bevestigt dat zij als verschaffer van risicodragend kapitaal met een eigen economisch belang kan worden gelijkgesteld met een aandeelhouder in de zin van artikel 2:346 BW. Dat de houdstervennootschap buitenlands is, doet daaraan niet af. Het cassatieberoep wordt verworpen.

Kernoverwegingen

“Bij de beoordeling van deze klachten, die zich lenen voor gezamenlijke behandeling, dient te worden vooropgesteld dat de bevoegdheid tot het indienen van een verzoek tot het instellen van een enquête toekomt aan degenen aan wie deze bevoegdheid in de wet is verleend en dat de daartoe strekkende opsomming in art. 2:346 BW limitatief is. Volgens vaste rechtspraak brengt de strekking van het enquêterecht echter mee dat de verschaffer van risicodragend kapitaal die een eigen economisch belang heeft in de vennootschap waarop het verzoek betrekking heeft, welk belang in zoverre op een lijn kan worden gesteld met het belang van een aandeelhouder of certificaathouder, voor de toepassing van art. 2:346, aanhef en onder b, BW, dient te worden gelijkgesteld met aandeelhouders of certificaathouders (vgl. HR 6 juni 2003, LJN AF9440, NJ 2003/486, HR 4 februari 2005, LJN AR8899, NJ 2005/127, HR 25 juni 2010, LJN BM0710, NJ 2010/370, HR 10 september 2010, LJN BM6077, NJ 2010/665, en HR 8 april 2011, LJN BP4943, NJ 2011/338). 3.6 De ondernemingskamer heeft vastgesteld dat de aandeelhouders in Chinnede - waaronder [verweerster 1] - onder de door haar in rov. 3.5 genoemde omstandigheden moeten worden aangemerkt als de economisch gerechtigden in Chinese Workers. Met dat oordeel heeft zij tot uitdrukking gebracht dat [verweerster 1] als verschaffer van risicodragend kapitaal een eigen economisch belang heeft in Chinese Workers dat in zoverre kan worden gelijkgesteld met het belang van een […]”

r.o. 3.5

“De ondernemingskamer heeft vastgesteld dat de aandeelhouders in Chinnede - waaronder [verweerster 1] - onder de door haar in rov. 3.5 genoemde omstandigheden moeten worden aangemerkt als de economisch gerechtigden in Chinese Workers. Met dat oordeel heeft zij tot uitdrukking gebracht dat [verweerster 1] als verschaffer van risicodragend kapitaal een eigen economisch belang heeft in Chinese Workers dat in zoverre kan worden gelijkgesteld met het belang van een aandeelhouder als bedoeld in art. 2:346, aanhef en onder b, BW. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting, is niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd. De omstandigheid dat [verweerster 1] niet rechtstreeks aandelen houdt in Chinese Workers, maar dat zij door middel van aandelen in Chinnede een economisch belang heeft in Chinese Workers, doet daaraan niet af. Ook de omstandigheid dat Chinnede een vennootschap is naar het recht van Hong Kong leidt niet tot een ander oordeel, nu de ondernemingskamer heeft vastgesteld dat de ondernemingsactiviteiten plaatsvinden in Chinese Workers. De klachten in de onderdelen 1, 2 en 4 stuiten daarop af. 3.7 Ook de overige klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [verzoeker] c.s. in de kosten van het geding […]”

r.o. 3.6

Gegevens

Bekend als
Chinese Workers
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:BY7833
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
29 maart 2013
Datum publicatie
29 maart 2013
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:346 BW
Thema
Enquêterecht
Weekoverzicht
Week 13 van 2013

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.