← Week 49

Hoge Raad · 6 december 2013

Stuiting verjaring door betekening aan opgehouden rechtspersoon; heropening vereffening niet vereist

  • Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
  • Boek 2 BW

Samenvatting

De Hoge Raad oordeelt dat voor stuiting van de verjaring van een belastingvordering op een rechtspersoon die na ontbinding is opgehouden te bestaan, geen heropening van de vereffening of herleving op grond van artikel 2:23c BW nodig is. Betekening kan overeenkomstig artikel 54 leden 3 en 4 Rv plaatsvinden als de Ontvanger geen ander belang heeft dan stuiting. Het beroep op een uitlating van de inspecteur en op het vertrouwensbeginsel slaagt niet.

Kernoverwegingen

“Het hof heeft dit betoog van Transautex verworpen. Het heeft daartoe – samengevat – als volgt geoordeeld. Met betrekking tot de betekening van een exploot aan een niet meer bestaande rechtspersoon kan artikel 50 Rv niet worden toegepast, maar naar het oordeel van het hof kan artikel 54, leden 3 en/of 4, Rv dat wel. In het onderhavige geval is heropening van de vereffening niet nodig, omdat de Ontvanger geen vereffening van het vermogen van Tysco nastreeft en heropening alleen is aangewezen indien nog een schuldeiser of gerechtigde tot het saldo opkomt of van het bestaan van een bate blijkt. In het geval dat alleen betekening van een akte aan een ontbonden rechtspersoon wordt nagestreefd, is heropening van de vereffening niet nodig. In een dergelijk geval blijft de ontbonden rechtspersoon niet voortbestaan op de voet van artikel 2:19, lid 5, BW en is artikel 2:23c BW niet van toepassing, aldus het hof. Aangezien niet is betwist dat aan de overige vereisten voor stuiting van de verjaring is voldaan, moet op grond van het voorgaande worden aangenomen dat de Ontvanger de verjaring van het recht tot dwanginvordering van de naheffingsaanslagen tijdig en rechtsgeldig heeft gestuit. Het hof heeft daaraan nog toegevoegd dat deze oordelen stroken met de opmerking van de minister van Financiën dat stuiting kan plaatsvinden door bekendmaking aan de officier van justitie en publicatie (Kamerstukken II, 2010/11, 32 505, nr. 3, blz. 46), en dat deze oordelen niet strijden met de opmerking […]”

r.o. 3.2.2

“In artikel 54, leden 3 en 4, Rv is voorgeschreven op welke wijze de betekening dient plaats te vinden van exploten aan rechtspersonen, “bestaande en ontbonden, bij gebreke van kantoor, bestuurder of vereffenaar, of wanneer de bestuurder of vereffenaar geen bekend kantoor, bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf heeft”. Deze regeling leent zich voor overeenkomstige toepassing op het geval waarin een rechtspersoon na te zijn ontbonden heeft opgehouden te bestaan, en desondanks – op grond van artikel 34 of 35 IW 1990 – belang bestaat bij het kunnen betekenen van een exploot dat stuiting van verjaring van het recht tot invordering van een door die rechtspersoon belopen schuld tot gevolg heeft. Het in het middelonderdeel onder verwijzing naar artikel 2:23c, lid 1, BW gehouden betoog dat dit laatste kan worden bereikt door het doen herleven van een rechtspersoon, waarna de betekening van een exploot mogelijk is op de wijze die is voorzien voor betekening aan een bestaande rechtspersoon, gaat uit van betekening in een andere situatie dan zich hier voordoet. In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat de Ontvanger geen ander belang had bij herleving van Tysco dan stuiting van de verjaring van het recht tot invordering van de naheffingsaanslagen. In een zodanig geval is er geen reden de Ontvanger tegen te werpen dat voor hem de weg van artikel 2:23c, lid 1, BW openstond. Het hof heeft derhalve met juistheid geoordeeld dat de Ontvanger terecht de weg van artikel 54, lid 4, Rv […]”

r.o. 3.2.6

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:HR:2013:CA3743
Instantie
Hoge Raad
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
6 december 2013
Datum publicatie
6 december 2013
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:23c BW, 2:19 BW
Thema
Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
Weekoverzicht
Week 49 van 2013

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.