Hoge Raad · 19 juni 2015
Verjaring vordering uit 403-verklaring moedermaatschappij; kenbaarheid fusie
- Overig Boek 2
- Fusie en splitsing
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een schuldeiser vordert van een moedermaatschappij op grond van een 403-verklaring. Het geschil gaat volgens de inhoudsindicatie over de aanvang van de verjaringstermijn en over de kenbaarheid van een fusie. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep zonder nadere motivering op grond van artikel 81 lid 1 RO.
Kernoverweging
“Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4 Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Eneco begroot op € 2.629,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 19 juni 2015 .”
r.o. 3